Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 25 september 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de pleitnota van Le Clochard
- de pleitnota van Inbev
- de akte na mondelinge behandeling van Le Clochard van 12 november 2025
- de antwoordakte van Inbev van 26 november 2025
2.De feiten
het niet voldoen aan de van overheidswege geldende en/of toekomstige voorschriften op het gebied van geluidsisolatie van horecapanden;
het niet voldoen aan de geldende en/of toekomstige voorschriften van de overheid, de nutsbedrijven en de verzekeraars met betrekking tot het gebruik van het gehuurde;
het niet geschikt zijn van het gehuurde voor het gebruik zoals weergegeven in het bepaalde in art. 1.3 van deze huurovereenkomst;
het in art. 1.3 van deze huurovereenkomst voorgeschreven gebruik in strijd is of zou zijn met het vigerende bestemmingsplan;
het eventueel ontbreken of niet juist functioneren van een vetvangput.
de afwerking in alle ruimtes;
de afwerking in café en zaal;
de bar met eventuele hemel, achterwanden, vlonders e.d.;
de eventuele bedrijfskeuken met randapparatuur;
de mechanische ventilatie;
de geyser(s)/(close-in)boiler(s);
de electra-installatie vanaf de meterkast;
de windschermen, rolluiken, zonneschermen, markiezen en luifels.
3.Het geschil
nodigis in het kader van de huurovereenkomst en de vereisten uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (zoals beschreven onder randnummers 23 tot en met 26 van de dagvaarding) en te voldoen aan eventuele andere eisen die de gemeente of andere instanties in het kader van de herbouw/ het herstel aan gedaagde zullen opleggen;
4.De beoordeling
‘voor alle schade […] aan het gehuurde, tenzij huurder bewijst dat hem […] daaromtrent geen schuld treft of dat hem dienaangaande geen nalatigheid is te verwijten […].’Op grond daarvan geldt dat op Le Clochard als huurder de bewijslast rust dat zij geen schuld heeft aan de gebreken waarvan zij herstel vordert of dat haar in verband daarmee geen nalatigheid is te verwijten.