Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
2.De feiten
3.De vorderingen
primairevordering van de man wordt toegewezen: de (duur)overeenkomst nageleefd dient te worden, met dien verstande dat:
subsidiairevordering van de man wordt toegewezen, een voorlopige beheersregeling vast te stellen, aldus dat:
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
.Op grond van artikel 5:1 lid 2 BW Pro heeft de man het recht om met uitsluiting van een ieder van [de hond] gebruik te maken. Op grond van artikel 5:2 BW Pro is de man bevoegd zijn eigendom op te eisen. Door [de hond] onder zich te houden, wordt door de vrouw inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de man.
is nu officieel van ons”. Partijen hebben [de hond] de volgende dag samen opgehaald. Vanuit praktisch oogpunt is [de hond] bij de dierenarts aan de man gekoppeld. De vrouw heeft een nieuw hondenpaspoort aangevraagd. Dat komt doordat de man, bij een ophaalmoment, het hondenpaspoort had meegenomen. Bij latere afspraken van [de hond] bij de dierenarts bleek telkens dat de gegevens van [de hond] waren gewijzigd naar het adres van de man, waarna de dierenarts het terugdraaide. De vrouw is degene geweest die voornamelijk voor [de hond] heeft gezorgd. Zij betaalde ook de hondentraining, ging naar verschillende afspraken bij de dierenarts en betaalde ook die kosten. Uit het digitale portaal van de dierenarts en de chipregistratie blijkt bovendien dat de vrouw (ook) eigenaar is. Ook heeft zij een paspoort van [de hond] waarin zij als eigenaar vermeld staat.
Dan kom ik m morgenochtend 08.30 afzetten”. Op 2 september 2025 vraagt de vrouw: “
Breng ik m om 08.30 of niet?”.De man antwoord: “
Graag”. Hieruit volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat partijen hebben afgesproken dat de vrouw [de hond] op 2 september 2025 zou afgeven aan de man. [de hond] is daarentegen tot op heden nog steeds bij de vrouw.