Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
1.Het verloop van de procedure
- de op 27 november 2025 door deze rechtbank mondeling gegeven tussenbeslissing, schriftelijk bevestigd op 28 november 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- de op 3 december 2025 van de advocaat van de moeder ontvangen producties, te weten een rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, (hierna te noemen: de Raad), gedateerd 25 juni 2025 en een ‘Incidentenlijst [minderjarige] bij [accommodatie] ’;
- de op 3 december 2025 ontvangen emailberichten van de vader;
- de op 5 december 2025 van de advocaat van de moeder ontvangen producties, te weten een brief van de moeder aan de behandelcoördinator en een ‘Incidentenlijst [minderjarige] bij [accommodatie] ’;
- de op 10 december 2025 ontvangen brief van de GI, met bijlagen.
- [minderjarige] met haar advocaat;
- de vader;
- twee vertegenwoordigsters van de GI;
- via een beeldbelverbinding twee vertegenwoordigsters namens [accommodatie] .
2.De feiten
3.Het (resterend) verzoek
4.Het standpunt van [minderjarige]
5.Het standpunt van de GI
6.Het standpunt van [accommodatie]
7.Het standpunt van de vader
8.Het standpunt van de moeder
9.Het standpunt van de advocaat van [minderjarige]
10.De beoordeling
Wat ook niet goed gaat is dat de GI, [accommodatie] en de ouders van [minderjarige] elkaar niet kunnen vinden in het belang van [minderjarige] . [minderjarige] is zelfs een fors deel van de zitting niet aanwezig geweest teneinde de andere betrokkenen en advocaten de gelegenheid te geven om hier vrijuit over te kunnen praten. De kinderrechter heeft helaas moeten constateren dat de visieverschillen tijdens deze zitting niet zijn verminderd.
De kinderrechter stelt vast dat de gesloten plaatsing van [minderjarige] tot op heden onvoldoende resultaten heeft opgeleverd. Tegelijkertijd zal [minderjarige] door haar probleemgedrag nu niet welkom zijn op een open groep. Een tijdelijke plaatsing bij de vader totdat [minderjarige] klaar is voor een open groep acht de kinderrechter ook geen werkbare optie omdat de vader niet onvoorwaardelijk kan samenwerken met de GI in het kader van de ondertoezichtstelling. Een tijdelijke plaatsing ter overbrugging bij de moeder is tot slot ook geen optie gezien de verstoorde relatie tussen [minderjarige] en haar moeder.
Hoe pijnlijk ook voor [minderjarige] blijft alleen de mogelijkheid open dat [minderjarige] nog enige tijd gesloten geplaatst blijft.
11.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.