ECLI:NL:RBZWB:2025:9709

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
C/02/443073 HA RK 25-275
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Kok
  • Peters
  • Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 513 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening na sluiting onderzoek

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter mr. Vliegenberg in een strafzaak met parketnummer 02132000-25. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechter, onder meer omdat verzoekster vond dat haar bewijs niet werd meegenomen en de rechter bevooroordeeld zou zijn.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 512 en Pro 513 Wetboek van Strafvordering. Volgens deze bepalingen moet een wrakingsverzoek tijdig worden ingediend, namelijk zodra de feiten en omstandigheden die aanleiding geven tot wraking bekend zijn en vóórdat de rechter met de einduitspraak is begonnen.

In deze zaak had de politierechter op 11 december 2025 het onderzoek ter terechtzitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan. Het wrakingsverzoek werd pas daarna ingediend, waardoor het verzoek niet tijdig was. De wrakingskamer oordeelde dat wraking niet mogelijk is nadat de rechter de behandeling heeft beëindigd en een aanvang heeft gemaakt met de eindbeslissing.

Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk en zag af van een mondelinge behandeling. De beslissing werd op 19 december 2025 gegeven door mr. Kok, mr. Peters en mr. Zander en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend na sluiting van het onderzoek en aanvang van de einduitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
Locatie Breda
zaaknummer C/02/443073 HA RK 25-275
beslissing van 19 december 2025 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster],
verder ook te noemen verzoekster.

1.Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit het volgende:
- de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier met parketnummer
02-132000-25;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de politierechter
mr. Vliegenberg op 11 december 2025, tijdens welke zitting het verzoek tot wraking is gedaan;
- het e-mailbericht van 17 december 2025 van mr. Vliegenberg, waarin zij laat weten niet in het wrakingsverzoek te berusten.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Vliegenberg (hierna: de rechter), belast met de behandeling in de zaak met parketnummer 02132000-25.
2.2.
De rechter berust niet in het wrakingsverzoek.

3.De gronden van het verzoek

In het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 11 december 2025 is door verzoekster het volgende geantwoord op de vraag van de rechter naar de wrakingsgronden:
“U oordeelt bevooroordeeld. Sowieso mijn bezwaar is afgewezen. Mijn foto’s worden niet meegenomen. Mijn foto’s zijn duidelijk. U gaat er bevooroordeeld vanuit dat een agent mag liegen. De feiten zijn gewoon dat wat de agent zegt niet kan. Daarom ga ik u wraken.”

4.De beoordeling van het wrakingsverzoek

4.1.
Op grond van artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering (hierna: Sv) kan een verdachte of het Openbaar Ministerie elk van de rechters die een strafzaak behandelen wraken op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 513, lid 1, Sv wordt het verzoek tot wraking gedaan, zodra de feiten en omstandigheden als hiervoor bedoeld aan verzoekster bekend zijn geworden.
4.2.
Voordat tot inhoudelijke beoordeling van het verzoek kan worden overgegaan, dient te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. Het verzoek moet worden gedaan zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden bekend zijn geworden. Bovendien moet het wrakingsverzoek zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd. Dat betekent dat als een rechter met het doen van een einduitspraak is begonnen, er geen wrakingsverzoek meer kan worden ingediend. De wrakingskamer wijst in dit verband op artikel 1, vijfde lid van het wrakingsprotocol van deze rechtbank:
“Het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de in lid 4 bedoelde feiten en omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden en voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak.”
4.3.
In dit geval heeft de rechter op 11 december 2025 aan het einde van de mondelinge behandeling het onderzoek ter terechtzitting in voornoemde zaak gesloten en meteen mondeling uitspraak gedaan. Tijdens de motivering daarvan is de rechter door verzoekster onderbroken en door haar gewraakt. Gelet op het bepaalde in artikel 1, vijfde lid van het wrakingsprotocol van deze rechtbank is het verzoek daarom te laat gedaan.
4.4.
Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoekster niet in het wrakingsverzoek kan worden ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet alleen mogelijk zolang een zaak wordt behandeld door die rechter. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd en een aanvang heeft gemaakt met het geven van een eindbeslissing.
4.5.
Omdat sprake is van niet-ontvankelijkheid ziet de wrakingskamer af van een mondelinge behandeling van het verzoek, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).

5.De beslissing

De wrakingskamer:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven op 19 december 2025 door mr. Kok, mr. Peters en mr. Zander, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van
mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
de griffier, de voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.