Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
3.30. Op 21 mei 2025 is [werknemer] bij de nieuwe door [werkgever] ingeschakelde bedrijfsarts geweest en die heeft geoordeeld dat er sprake is van een medisch objectiveerbare aandoening en een verstoorde arbeidsverhouding die een negatief effect heeft op herstel. Dit oordeel heeft de bedrijfsarts in latere consulten herhaald.
mediation in dat kader hebben niet tot overeenstemming geleid tussen partijen.
4.Het verzoek en het verweer4.1. [werknemer] verzoekt de kantonrechter
5.De beoordeling
“Uw nieuwe ziekmelding, die direct volgt op mijn oproep om uw re-integratieverplichtingen op te pakken, roept vragen op over de aard en urgentie van uw klachten”.Het was niet aan [naam] hierover – vooruitlopend op het oordeel van de bedrijfsarts – een dergelijke uitlating te doen. Gelet daarop was het verzoek van [naam] bij e-mail van 21 januari 2025 dat [werknemer] contact met hem dient op te nemen in het kader van haar re-integratie eveneens niet gepast. [werkgever] heeft hiermee ook verwijtbaar gehandeld.
- hetgeen de werknemer aan loon zou hebben genoten als het ontslag niet zou hebben plaatsgevonden;
- de mate waarin de werkgever een verwijt valt te maken;
- de gevolgen van het ontslag voor zover deze zijn toe te rekenen aan het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever;
- de andere inkomsten die de werknemer in de toekomst naar verwachting kan verwerven;
- de hoogte van de aan de werknemer toekomende transitievergoeding.
we zijn blij met je inzet.