Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap die eigenaar is van een gemeubileerde woning, voerde beroep aan tegen aanslagen forensenbelasting over 2021 tot en met 2023 opgelegd door de gemeente Middelburg. Hij stelde dat hij niet belastingplichtig was omdat de woning eigendom is van de vennootschap en dat verhuur niet mogelijk was vanwege verzakkingen en onvoltooide infrastructuur.
De rechtbank oordeelde dat de woning gedurende de jaren 2021, 2022 en 2023 niet verhuurd was, maar dat belanghebbende als directeur en enig aandeelhouder feitelijke beschikking had over de woning. Volgens vaste rechtspraak betekent dit dat de woning voor meer dan 90 dagen per jaar beschikbaar werd gehouden, ook al vond geen verhuur plaats.
De rechtbank verwierp het verweer dat de woning niet geschikt was voor verhuur en bevestigde dat de aanslagen terecht zijn opgelegd. De beroepen werden ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.