Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het strafvorderlijk beslag op zijn Piaggio scooter, omdat hij meent dat het beslag onterecht is en dat hij eigenaar is van de scooter. Hij voert aan dat er geen strafvorderlijk belang is en dat hij niet op de hoogte was van het verbod om op de scooter te rijden zonder rijbewijs. Tevens stelt hij dat het beslag disproportioneel is en dat hij de scooter nodig heeft voor het bezoeken van zijn kinderen.
De officier van justitie stelt dat klager meerdere keren is staandegehouden voor het rijden zonder geldig rijbewijs en dat er sprake is van recidive. Het voortduren van het beslag is volgens het Openbaar Ministerie gerechtvaardigd omdat het niet onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de verbeurdverklaring van de scooter zal uitspreken.
De rechtbank overweegt dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat het beslag gehandhaafd blijft indien er een strafvorderlijk belang is. Gezien de recidive en de recente strafbeschikking acht de rechtbank het gevaar op herhaling groot. De stelling van klager dat het beslag disproportioneel is, is onvoldoende onderbouwd. Daarom verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond en handhaaft het beslag op de scooter.
Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na dagtekening respectievelijk betekening.