ECLI:NL:RBZWB:2025:9756

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
RK 25-019670
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beleidssepot wegens gewijzigde omstandigheden

Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en een forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift. De zaak betrof een strafzaak die eindigde in een beleidssepot vanwege gewijzigde omstandigheden, waarbij geen straf of maatregel werd opgelegd.

Tijdens de raadkamerzitting werd namens verzoekster aangevoerd dat uit het dossier niet bleek dat zij de vervolging aan zichzelf te wijten had en dat de kans op een veroordeling klein was. Het Openbaar Ministerie stelde zich op het standpunt dat geen billijkheid bestond voor vergoeding omdat verzoekster de kosten aan zichzelf te wijten had.

De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier niet zonder meer kon worden vastgesteld dat verzoekster de verdenking aan zichzelf te wijten had en zag wel gronden van billijkheid voor vergoeding. Daarom werd een bedrag van €1.025,00 voor kosten rechtsbijstand en €680,00 forfaitair voor de behandeling van het verzoek toegekend.

De beslissing werd uitgesproken op 2 december 2025 door rechter M.H.M. Collombon. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt toegewezen wegens beleidssepot met gewijzigde omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-068047-25
raadkamernummer : 25-019670
datum : 2 december 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster] ,
geboren op [datum] 1957 te [plaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. N.A.H. Limbourg, advocaat te Breda (Ginnekenweg 38, 4818 JG Breda),
hierna te noemen: verzoekster.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 28 juli 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 1.025,00, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 10 juli 2025;
  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 4 november 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax en mr. N.A.H. Limbourg als gemachtigd advocaat van verzoekster, gehoord.
Verzoekster is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoekster is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen. De advocaat van verzoekster heeft in raadkamer in aanvulling op het verzoekschrift aangevoerd dat uit het dossier niet volgt dat verzoekster de vervolging aan zichzelf te wijten heeft gehad. Uit het dossier op pagina 4 volgt dat er reeds op 28 mei 2025 de intentie lag om de strafzaak tegen verzoekster te seponeren, maar dat nog werd gezocht naar de juiste sepotcode. Er is nu sprake van een code ‘gewijzigde omstandigheden’. De kans dat verzoekster bij een inhoudelijke behandeling van de zaak zou zijn veroordeeld, is echter klein. Verzoekster acht gronden van billijkheid aanwezig dat aan haar de verzochte vergoeding wordt toegekend.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat er geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor het toekennen van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand, aangezien gezegd kan worden dat verzoekster het aan zichzelf te wijten heeft dat zij deze kosten heeft moeten maken. Bij een inhoudelijke behandeling van de zaak zou een veroordeling wegens medeplegen dan wel medeplichtigheid aan oplichting c.q. fraude met betaalproducten in de rede hebben gelegen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro kan aan een gewezen verdachte een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het Openbaar Ministerie is op 10 juli 2025 overgegaan tot een beleidssepot vanwege gewijzigde omstandigheden. In zo’n geval kunnen gronden van billijkheid voor toekenning van een vergoeding ontbreken als verzoekster de kosten aan zichzelf te wijten had.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het procesdossier niet zonder meer kan worden vastgesteld dat verzoekster de verdenking aan zichzelf te wijten heeft gehad en ziet gronden van billijkheid om een vergoeding voor de door haar gemaakte kosten van rechtsbijstand toe te kennen. Het verzochte bedrag ter hoogte van
€ 1.025,00is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 1.705,00, bestaande uit:
- € 1.025,00 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 aan kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 1.025,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 1] ten name van [plaats] , onder vermelding van
“ 25-019670 /OM vergoeding”;
bepaalt dat een bedrag van
€ 680,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 2] ten name van Alveo Advocaten & Mediators B.V., onder vermelding van “ 25-019670 /forfaitaire vergoeding”.
Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van
2 december 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.