ECLI:NL:RBZWB:2025:9759
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Hermans
- Rechtspraak.nl
Geen recht op vrije advocaatkeuze bij interne herstructureringsprocedure gemeente
In deze kortgedingprocedure vordert de werknemer, geconfronteerd met boventalligverklaring door een herstructurering bij de gemeente, het recht om zich te laten bijstaan door een advocaat naar eigen keuze. De gemeente weigert hiervoor toestemming te geven. De werknemer beroept zich op artikel 4:67 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft), dat vrije advocaatkeuze garandeert in administratieve of gerechtelijke procedures.
De rechtbank onderzoekt of de interne procedure die de gemeente volgt kwalificeert als een administratieve of gerechtelijke procedure in de zin van de Wft. Hierbij wordt jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie betrokken, die een ruime uitleg van deze begrippen voorschrijft, inclusief voorbereidende fasen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de procedure een interne zorgvuldigheidsprocedure betreft die niet leidt tot een definitieve vaststelling van de rechtspositie van de werknemer. Er is nog een reële mogelijkheid om de positie te wijzigen via een beroep in rechte. Daarom kwalificeert deze procedure niet als administratief of gerechtelijk in de zin van artikel 4:67 Wft Pro.
De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is mondeling gedaan en schriftelijk vastgelegd door de voorzieningenrechter Hermans.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en oordeelt dat de interne procedure geen administratieve of gerechtelijke procedure is, waardoor geen recht op vrije advocaatkeuze bestaat.