Belanghebbende, een ICT-ondernemer met een eenmanszaak, kreeg voor 2013 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van €66.259 met €13.365 aan belastingrente. Na bezwaar werd dit verminderd tot €54.750 en €11.044 respectievelijk. De rechtbank behandelde het beroep waarbij belanghebbende niet aanwezig was, ondanks meerdere pogingen tot contact en een afwijzing van zijn verzoek tot uitstel.
De rechtbank oordeelde dat de informatiebeschikkingen die aan belanghebbende waren opgelegd onherroepelijk zijn geworden en dat de omkering en verzwaring van de bewijslast gerechtvaardigd waren vanwege het ontbreken van relevante informatie. De inspecteur baseerde de naheffingsaanslag op bank- en betalingsgegevens, waaronder PayPal-accounts en een schatting van inkomsten via bitcoins.
Belanghebbende slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat de aanslag te hoog was, noch dat hij zijn diensten deels buiten Nederland had verricht. De rechtbank achtte de schatting van de inspecteur redelijk en handhaafde de aanslag en belastingrente. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor belanghebbende geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.