Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:9812

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/02/442225 / JE RK 25-2072
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Bogaert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing met toewerken naar thuisplaatsing bij moeder

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij de grootouders vaderszijde. De kinderen verblijven sinds juli 2025 bij de grootouders op basis van een eerdere machtiging. De GI verzoekt verlenging tot juli 2026, met het oog op een geleidelijke terugplaatsing naar de moeder.

Tijdens de zitting waren de moeder, haar advocaat, een vertegenwoordiger van de GI en de grootouders aanwezig; de vader was afwezig. De moeder werkt actief aan haar herstel en opvoedcapaciteiten, met ondersteuning van hulpverlening en een goede samenwerking met de pleegouders. De grootouders bieden stabiele zorg en stemmen in met het verzoek, waarbij zij benadrukken dat terugplaatsing niet overhaast moet gebeuren.

De vader heeft het contact met de kinderen verbroken en toont zich onbetrouwbaar, hoewel er een gepland gesprek staat om contactherstel te bespreken. De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is in het belang van de kinderen, met het doel om stapsgewijs toe te werken naar thuisplaatsing bij de moeder. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de moeder en grootouders worden geprezen voor hun inzet.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen wordt verlengd tot 7 juli 2026 met het oog op een stapsgewijze terugplaatsing naar de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/442225 / JE RK 25-2072
Datum uitspraak: 24 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Tilburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1] ,geboren op [geboortedag 1] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. C.C.J. Mouwen uit Tilburg,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 1] ,
[grootouder 1]en
[grootouder 2] ,
hierna te noemen de grootouders vaderszijde (vz),
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 november 2025;
  • de brief van 22 december 2025 van de GI.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI;
- de grootouders vz.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hier geen reactie op gegeven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 30 juli 2025 tot 7 juli 2026, uitvoerbaar bij voorraad.
2.3.
Daarnaast is bij diezelfde beschikking de machtiging verlengd van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om deze gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 7 juli 2025 tot 7 januari 2026, uitvoerbaar bij voorraad.
2.4.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven op basis van de voorgenoemde machtigingen bij de grootouders vaderszijde (vz).

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten met ingang van 7 juni 2026 tot 7 juli 2026, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven momenteel bij de grootouders vz. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen beiden speltherapie. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontwikkelen zich momenteel goed en zij hebben veel steun aan de grootouders vz. De GI geeft hiervoor een groot compliment aan de grootouders vz. De grootouders vz bieden de kinderen graag alle liefde en onderdak. Wel hopen de grootouders vz dat zij binnen afzienbare tijd weer terug te kunnen keren in de rol van grootouders.
Over de vader geeft de GI aan dat de vader eerst de samenwerking aanging met de GI. In juni 2025 bericht de vader dat hij het contact met de kinderen wil stoppen wegens onenigheid met de grootouders vz, terwijl er juist toen een uitbreiding van het contact was. De vader bleef vervolgens boos/aanvallend reageren op de pogingen van de GI om tot een oplossing te komen. Uiteindelijk heeft de vader niet meer gereageerd op de GI. De vader staat niet open voor hulpverlening en komt afspraken niet na. De vader is onbetrouwbaar en/of onvoorspelbaar voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De opbouw van het contact verliep positief, echter heeft de vader dit verbroken en heeft hij de kinderen aan de kant gezet. De vader heeft hiervoor geen uitleg gegeven noch heeft hij afscheid genomen van de kinderen en deze bleven daarna vol met vragen en verdriet achter. De GI constateert dat het voortzetten van contactherstel niet in het belang van de kinderen is. De kinderen vragen volgens de grootouders vz weinig meer over de vader. De speltherapeut merkt dat er sprake is van verdriet en onbegrip bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
Op 27 november heeft de vader weer contact gezocht met de GI, nadat er zes maanden geen contact was geweest tussen de vader en de GI. De vader wil opnieuw in gesprek gaan over een contactregeling met de kinderen. Hiervoor staat er inmiddels een gesprek gepland op 8 januari 2026. Er heeft een overleg plaatsgevonden met alle betrokken hulpverlening en er zijn duidelijke voorwaarden gesteld aan een eventueel contactherstel tussen de vader en de kinderen. De GI ziet een traject onder de begeleiding van zorgprofessionals als passend en noodzakelijk vanwege de gebleken onbetrouwbaarheid van de vader in het contact met de kinderen.
Over de moeder geeft de GI aan dat zij tijdelijk uit eigen beweging naar een verslavingskliniek is gegaan en aansluitend naar een Safehouse. Gedurende die periode heeft de moeder de kinderen gezien op afgesproken momenten. Deze momenten zijn fijn en liefdevol verlopen. Vervolgens is de moeder eind september 2025 vertrokken bij het Safehouse. De moeder heeft de reden hiervoor gedeeld met de hulpverlening en de GI. De moeder is uiteindelijk verhuisd van [plaats] naar [woonplaats 1] en er is gestart met de opbouw van het contact tussen de moeder en de kinderen. De samenwerking van de betrokken hulpverlening en de inzet van de moeder hebben ertoe geleid dat het contact tussen de moeder en de kinderen uitgebreid is. De moeder is daarnaast open richting de kinderen over haar traject. Vanaf januari 2026 zullen de kinderen bij de moeder verblijven van zondagochtend tot woensdagavond (tot het einde van de dansles). Het doel is dat de moeder de opvoedrol fulltime gaat invullen en dat de grootouders (vz) hun rol als grootouders terug kunnen nemen. De moeder heeft laten zien dat zij het welzijn van de kinderen vooropstelt, dat zij luistert en dat zij open staat voor adviezen en dat zij tegelijkertijd zicht blijft houden op haar eigen traject en op haar valkuilen. Het lukken de pleegouders en de moeder om constructief met elkaar samen te werken en om afspraken met elkaar te maken over de kinderen.
De GI heeft het gevoel dat er binnen afzienbare tijd gewerkt kan worden naar een volledige terugplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder. Gebleken is dat geen van de betrokkenen dit wil overhaasten. Hierdoor valt niet met zekerheid te zeggen hoe lang het gehele terugplaatsingstraject nog zal duren. De GI verzoekt daarom een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten met ingang van 7 januari 2026 tot 7 juli 2026.
4.2.
Door en namens de moeder is tijdens de zitting naar voren gebracht dat de moeder instemt met het verzoek. De moeder heeft de afgelopen tijd hard aan haarzelf gewerkt en het gaat momenteel goed met haar. De moeder krijgt op dit moment hulpverlening vanuit [hulpverlening]. [hulpverlening] komt twee keer in de week langs, één keer voor de kinderen en één keer voor de moeder. Daarnaast heeft de moeder nog ambulante hulpverlenging vanuit de gemeente, staat zij op de wachtlijst voor therapie en gaat zij twee tot drie keer in de week naar meetings. De moeder heeft verder een fijn contact met de grootouders vz en de samenwerking met de GI is goed. Het is ontzettend fijn dat de grootouder vz de kinderen op hebben kunnen vangen, toen de moeder niet voor hen kon zorgen. Vorig jaar is er echter te snel gewerkt naar een terugplaatsing naar de moeder, waardoor het toen mis is gegaan. De moeder wil het daarom nu op een goed tempo en in goed overleg laten verlopen. Daarbij geeft de moeder aan dat de kinderen in ieder geval op vrijdag naar de grootouders vz zullen blijven gaan, mede zodat de moeder op zaterdagochtend naar de meetings kan blijven gaan. Deze meetings helpen de moeder om te praten over wat er in haar omgaat en om ervoor te zorgen dat zij niet meer in de situatie van vroeger terechtkomt.
4.3.
De grootouders vz hebben tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij instemmen met het verzoek. Het gaat momenteel heel goed met de kinderen bij de grootouders vz. De grootouders vz hebben liever dat er goed wordt gekeken naar een terugplaatsing van de kinderen bij de moeder dan dat er te snel wordt teruggewerkt naar de plaatsing bij de moeder en dat het mis gaat. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vinden het leuk om naar de moeder te gaan. De grootouders vz geven daarnaast emotionele toestemming voor het contact tussen de moeder en de kinderen. Het belang van de kinderen staat voor hen voorop. Indien [minderjarige 1] en [minderjarige 2] volledig teruggeplaatst worden bij de moeder, kunnen de kinderen in ieder geval altijd nog op de vrijdagavond bij de grootouders vz verblijven. Dit hebben de grootouders vz en de moeder onderling al besproken. Over de vader geven de grootouders vz aan dat de vader veel kansen heeft gehad maar dat hij deze allemaal in de wind heeft geslagen.

5.De beoordeling

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
De afgelopen periode zijn er veel positieve stappen gezet. De moeder heeft laten zien dat zij het welzijn van de kinderen vooropstelt, dat zij luistert, dat zij open staat voor adviezen en dat zij tegelijkertijd zicht blijft houden op haar eigen traject en haar valkuilen. Ook lukt het de pleegouders en de moeder om constructief met elkaar samen te werken en om afspraken met elkaar te maken over de kinderen. De kinderen ontwikkelen zich goed en zij hebben veel steun aan de grootouders vz. Het doel is om toe te werken naar een thuisplaatsing van de kinderen bij de moeder.
Het is momenteel echter nog onduidelijk hoeveel tijd er nodig is om daarnaartoe te werken. Gelet op de voorgeschiedenis is het van belang dat dit stapsgewijs en in goed overleg zal gebeuren. Het is namelijk niet in het belang van de kinderen om overhaast tot een terugplaatsing over te gaan, zoals eerder het geval is geweest. De kinderrechter acht het daarom van belang dat de plaatsing van de kinderen bij de grootouders vz in de tussentijd nog gewaarborgd blijft met een machtiging tot uithuisplaatsing. De komende periode dient er te worden gekeken óf en hoe het contact tussen de moeder en de kinderen verder uitgebreid kan worden, om zo in een goed tempo toe te kunnen werken naar een thuisplaatsing bij de moeder. Een goede stap is daarbij dat de kinderen vanaf januari 2026 bij de moeder zullen verblijven van de zondagochtend tot de woensdagavond (tot het einde van de dansles). Ook dient er door de GI gekeken te worden naar de mogelijkheden tot een eventueel contactherstel tussen de vader en de kinderen.
5.3.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur zoals is verzocht, te weten met ingang van 7 januari 2026 tot 7 juli 2026. Daarbij geldt dat de machtiging eventueel op een eerder tijdstip kan worden beëindigd, indien de GI van oordeel is dat dit in het belang is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
5.4.
De kinderrechter geeft de moeder en de grootouders vz een groot compliment. De moeder heeft de afgelopen periode veel positieve stappen gezet en heeft duidelijk haar inzet laten zien in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De grootouders vz bieden veel steun aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en zorgen ervoor dat de kinderen zich goed ontwikkelen. Daarnaast is het erg fijn dat er sprake is van een goede samenwerking tussen de moeder en de grootouders vz, waardoor de kinderen de ruimte voelen om op een onbelaste manier contact te kunnen hebben met zowel de moeder als de grootouders vz. Het is te zien dat de moeder en de grootouders vz het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorop stellen en dat zij handelen in hun belang.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 7 januari 2026 tot 7 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025 door mr. Bogaert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.G.J. van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 12 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch . Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.