ECLI:NL:RBZWB:2025:99
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning in appartementencomplex
Belanghebbende, eigenaar van een maisonnette uit 1968 met een oppervlakte van 95 m², betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van €266.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar stelde deze waarde vast op basis van een taxatiematrix met vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in hetzelfde complex werden gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn, mede omdat zij dezelfde kenmerken delen en recentelijk rond de waardepeildatum zijn verkocht. Belanghebbende voerde aan dat het achterstallige onderhoud onvoldoende was meegewogen en dat de verkoopprijzen van de referentiewoningen niet realistisch zouden zijn.
De taxateur en rechtbank stelden dat het onderhoudsgebrek ook bij de referentiewoningen aanwezig is en dat dit waardedrukkend effect is verwerkt in de verkoopprijzen. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en wees het beroep af. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €266.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.