ECLI:NL:RBZWB:2025:997
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Karsten-Badal
- Rechtspraak.nl
Verstekvonnis tot betaling herstelkosten en misgelopen huur na beëindiging huurovereenkomst
In deze civiele bodemzaak stond centraal of de huurder aansprakelijk was voor herstelkosten en misgelopen huur na het beëindigen van de huur van een woning van de verhuurster. De procedure werd voortgezet tegen de huurder nadat de medehuurder afspraken had gemaakt met de verhuurster en uit de procedure was gestapt.
De huurder was niet verschenen op de zitting, waardoor verstek werd verleend. De kantonrechter wees de vorderingen toe voor herstelkosten van €17.930,- en misgelopen huur van €5.855,65, beide vermeerderd met wettelijke rente. Een eiswijziging tot verhoging van de herstelkosten werd buiten beschouwing gelaten omdat deze niet formeel was ingediend en de huurder niet was verschenen.
De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen vanwege het ontbreken van een correcte aanmaning. De huurder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het vonnis is een verstekvonnis waartegen de huurder verzet kan instellen.
Uitkomst: Huurder wordt bij verstek veroordeeld tot betaling van herstelkosten en misgelopen huur aan verhuurster, plus proceskosten.