Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder was het niet eens met de aangekondigde huurverhogingen per 1 juli 2024 en 1 juli 2025 en betaalde deze niet, waardoor een huurachterstand ontstond. Verhuurder Thuisvester vorderde betaling van deze achterstanden. De kantonrechter oordeelde dat de huurverhogingen conform de wet waren berekend en dat de huurder niet eenzijdig het te betalen huurbedrag kon bepalen.
De huurder had de mogelijkheid om bezwaar te maken bij de verhuurder en vervolgens bij de Huurcommissie, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Een brief van de huurder aan een huurdersvereniging was geen bezwaar bij de Huurcommissie. Daarnaast was niet gebleken dat er door de Huurcommissie of kantonrechter vastgestelde gebreken aan de woning waren die een huurverhoging zouden verhinderen.
De kantonrechter wees de vordering tot betaling van de huurachterstand van €486,29 toe, inclusief wettelijke rente van €39,59. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens een onredelijk bezwarend beding. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten van €797,14. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente en proceskosten; incassokostenbeding wordt vernietigd.