Op 24 augustus 2025 heeft verdachte onder bedreiging met een mes een bedrag van 487 euro gestolen van een bedrijf te [plaats]. Hij dwong twee vijftienjarige medewerkers de kassa te openen en bedreigde hen met het mes, waarna hij vluchtte met het geld.
Tijdens de zitting van 5 februari 2026 legde verdachte een bekennende verklaring af. De rechtbank achtte het feit wettig en overtuigend bewezen op basis van deze verklaring en de aangiften van de medewerkers. De verdediging voerde geen bewijsverweer.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de impact op de slachtoffers en de samenleving, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een verstandelijke beperking en ernstige verslavingsproblematiek. Verdachte heeft een strafblad met soortgelijke veroordelingen.
Hoewel de verdediging een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden verzocht, oordeelde de rechtbank dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. De rechtbank legde een gevangenisstraf van twee jaar op, met aftrek van het voorarrest, en sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd.
De rechtbank hield geen rekening met een eerder opgelegde ISD-maatregel omdat hierover nog hoger beroep loopt bij het gerechtshof.