ECLI:NL:RBZWB:2026:103
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Tegelijkertijd verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om het beroep direct gegrond te verklaren en bepaalde stukken van de inspecteur buiten beschouwing te laten.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat aan het vereiste van connexiteit was voldaan omdat de beroepsprocedure tegen hetzelfde besluit loopt. Echter, de voorzieningenrechter stelde dat alleen bij spoedeisend belang en onmiskenbare lichtvaardigheid of onrechtmatigheid van de aanslag een voorlopige voorziening kan worden toegewezen.
Verzoeker voerde meerdere gronden aan, waaronder het gebruik van een niet-bestaand zaaknummer, een ander BSN-nummer, te late indiening van stukken, en gebrek aan mandaat van de beslissende ambtenaar. Desondanks oordeelde de voorzieningenrechter dat deze gronden onderdeel zijn van de bodemprocedure en dat er geen spoedeisend belang bestond.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.