Uitspraak
1.Inleiding
2.Procesverloop
Verder is als deskundige gehoord [persoon], GZ-psycholoog en regiebehandelaar bij [tbs-instelling] (hierna: de tbs-instelling).
3.Adviezen
4.Standpunt van partijen
5.Beoordeling
6.Beslissing
2 (twee) jaar;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is in januari 2024 ter beschikking gesteld (tbs) met dwangverpleging wegens brandstichting. De rechtbank ontving in december 2025 een vordering tot verlenging van de tbs met twee jaar. Betrokkene verblijft nog steeds in een penitentiaire inrichting (PI) en de behandeling is nog niet gestart.
De tbs-instelling adviseert verlenging vanwege een licht verstandelijke beperking, schizofreniespectrumstoornis, en een patroon van recidiverende brandstichtingen. Betrokkene heeft onvoldoende frustratietolerantie en copingvaardigheden, wat leidt tot gevaarlijk gedrag. De behandelprognose is matig en een langdurige klinische behandeling in een forensische setting is noodzakelijk.
De verdediging betoogt dat de vordering niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van wettelijke aantekeningen en wijst op de lange wachtperiode in detentie zonder juiste detentietitel, wat strijdig zou zijn met diverse wettelijke bepalingen en het EVRM. De rechtbank oordeelt echter dat de vordering ontvankelijk is, het verlengingsadvies voldoet aan de wettelijke eisen en dat het ontbreken van wettelijke aantekeningen geen reden is voor niet-ontvankelijkheid.
De rechtbank stelt vast dat het recidiverisico hoog is en dat verlenging noodzakelijk is voor de veiligheid van de samenleving. Hoewel de langdurige wachtperiode in de PI zorgelijk is, is dit geen reden om de tbs niet te verlengen. De rechtbank verlengt de tbs met dwangverpleging met twee jaar en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs met dwangverpleging met twee jaar vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van klinische behandeling ondanks langdurige wachtperiode in detentie.