ECLI:NL:RBZWB:2026:1050

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/02/440904 JE RK 25-1865 en C/02/443943 JE RK 26-61
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Sumner
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JwArt. 3 lid 1 IVRK
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige tot en na meerderjarigheid

De zaak betreft verzoeken van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, zowel regulier tot zijn meerderjarigheid als voor een periode van zes maanden daarna. De minderjarige verblijft sinds oktober 2025 in een gesloten accommodatie. De GI kon geen alternatieve vervolgplek vinden vóór de meerderjarigheid, en de huidige accommodatie wil geen overbruggingsplek meer bieden bij nieuwe incidenten, wat de situatie precair maakt.

De kinderrechter oordeelt dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. Daarom wordt de machtiging voor gesloten jeugdhulp verlengd tot 29 maart 2026 en aansluitend een machtiging verleend voor zes maanden na het bereiken van de meerderjarigheid.

De kinderrechter benadrukt het belang van naleving van deze beschikking en wijst op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, waarbij het belang van het kind voorop staat. De GI wordt gemachtigd de machtiging niet langer te gebruiken dan strikt noodzakelijk. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot en met zes maanden na meerderjarigheid wegens ernstige opvoedingsproblemen en gebrek aan alternatieven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/440904 / JE RK 25-1865 (reguliere machtiging gesloten jeugdhulp)
C/02/443943 / JE RK 26-61 (machtiging gesloten jeugdhulp 18+)
Datum uitspraak: 20 januari 2026
(Nadere) beschikking van de kinderrechter over machtigingen gesloten jeugdhulp
in de zaken van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Brabant,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. N. van Vliet uit Breda.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder],
wonende in [plaats 1] ,
hierna te noemen de moeder.

1.Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
in de zaak C/02/440904 / JE RK 25-1865
- de beschikking van 10 november 2025 en alle daarin vermelde stukken;
in de zaak C/02/443943 / JE RK 26-61
- het op 12 januari 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen, waaronder de instemmingsverklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper [persoon] van 9 januari 2026.
1.2.
De (nadere) zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met zijn advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de GI;
  • de begeleiders van [minderjarige] vanuit [hulpverlening] .
1.3.
Gelet op de nauwe samenhang zijn beide zaken gelijktijdig behandeld.
2.
De feiten
2.1.
Bij beschikking van 10 november 2025 heeft de kinderrechter het resterende deel van het verzoek van de GI tot het verlenen van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp afgewezen (zaaknummer C/02/440903 / JE RK 25-1864). Ook is bij die beschikking een (reguliere) machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 oktober 2025 tot 30 januari 2026 (zaaknummer C/02/440904 / JE RK 25-1865). De behandeling van het resterende verzoek is aangehouden. De GI is verzocht de kinderrechter schriftelijk te informeren over de laatste stand van zaken, of het verzoek voor het overige wordt gehandhaafd en zo ja, om een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper toe te zenden.
2.2.
Op grond van bovenstaande machtiging verblijft [minderjarige] op een gesloten groep bij [accommodatie] in [plaats 2] .

3.De verzoeken

3.1.
Aan de beoordeling van de kinderrechter ligt (nog) voor:
in de zaak C/02/440904 / JE RK 25-1865
het resterende verzoek van de GI om een (reguliere) machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode met ingang van
30 januari 2026 tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] ;
in de zaak C/02/443943 / JE RK 26-61
het verzoek van de GI om een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van de meerderjarigheid van [minderjarige] en voor de duur van zes maanden.
3.2.
Met het verzoek in de zaak C/02/443943 / JE RK 26-61 voldoet de GI tevens aan het verzoek van de kinderrechter in de zaak C/02/440904 / JE RK 25-1865 om hem schriftelijk te informeren over de laatste stand van zaken, het standpunt van de GI over het resterende verzoek en een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper in te dienen.

4.De standpunten

4.1.
De GI geeft aan dat het niet gelukt is om op korte termijn een vervolgplek voor [minderjarige] te realiseren. Er zijn meerdere locaties aangeschreven, maar er wordt overal aangegeven dat zij geen vevolgplek voor [minderjarige] kunnen aanbieden. [hulpverlening] zal een vervolgplek voor [minderjarige] kunnen realiseren, maar niet voordat hij meerderjarig wordt. De GI stelt daarom voor om het resterende deel van het verzoek toe te wijzen en een periode van zes maanden na het bereiken van meerderjarigheid toe te wijzen om ervoor te zorgen dat [minderjarige] vanuit de gesloten jeugdhulp in kan stromen bij de voorziening van [hulpverlening] . Alle betrokken partijen waren hiermee akkoord.
4.2.
In de periode van december 2025 tot januari 2026 hebben zich echter nieuwe omstandigheden voorgedaan die de huidige situatie nog meer precair maakt dan die al was. Naar aanleiding van een paar heftige incidenten heeft [accommodatie] aangegeven niet meer in een overbrugging voor [minderjarige] te willen en kunnen voorzien indien zich een nieuw incident voordoet. Dit brengt de GI in een zeer lastig dilemma. Er is namelijk op dit moment geen alternatief voor [minderjarige] . Als [accommodatie] de plaatsing van [minderjarige] niet meer faciliteert dan zal [minderjarige] dakloos worden. Hierdoor is een machtiging gesloten jeugdhulp tot zijn meerderjarigheid alsmede voor een periode van zes maanden erna nog steeds noodzakelijk, ook al bestaat er een kans dat deze uiteindelijk niet kan worden uitgevoerd door gebrek aan medewerking vanuit [accommodatie] .
4.3.
De advocaat en begeleiders van [minderjarige] geven aan dat de huidige situatie zeer treurig is, vooral voor [minderjarige] . Hoewel een plaatsing van [minderjarige] bij [accommodatie] in [plaats 2] wellicht niet meer wenselijk is, is het nog steeds noodzakelijk; er is namelijk geen ander alternatief. De advocaat van [minderjarige] kan daarom alleen instemmen met het verzoek tot een verlenging van de reguliere gesloten machtiging.

5.De (nadere) beoordeling

In de zaak C/02/440904 / JE RK 25-1865
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen (artikel 6.1.2., tweede lid, Jeugdwet (Jw)).
5.2.
De kinderrechter zal het resterende verzoek toewijzen en de GI machtigen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 januari 2026 tot 29 maart 2026.
In de zaak C/02/443943 / JE RK 26-61
5.3.
Uit de ingediende stukken en de informatie die ter zitting is verstrekt, is de kinderrechter tevens genoodzaakt om een machtiging gesloten jeugdhulp voor een periode van zes maanden na het bereiken van meerderjarigheid te verlenen. Het is niet te verwachten dat een alternatief binnen voorzienbare tijd zal kunnen worden gerealiseerd, dan de optie waar [hulpverlening] op dit moment mee bezig is. [minderjarige] is gebaat bij duidelijkheid, voorspelbaarheid en rust, waardoor een korte verlenging en een nieuwe rechtszitting niet in zijn belang wordt geacht. De huidige behandeling van [minderjarige] is reeds aangevangen voordat hij de leeftijd van achttien jaar zal bereiken. Er is een hulpverleningsplan vastgesteld, waaruit blijkt dat toegewerkt wordt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp. De machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zal niet langer duren dan zes maanden na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar (artikel 6.1.2., vierde lid, Jw).
5.4.
Uit voormelde instemmingsverklaring van 9 januari 2026 blijkt dat de gekwalificeerde gedragswetenschapper instemt met gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] tot en met het bereiken van de meerderjarigheid en voor de aanvullend verzochte periode na meerderjarigheid.
5.5.
De kinderrechter zal de GI machtigen om [minderjarige] ter overbrugging tot de vervolgplaatsing binnen het traject [hulpverlening] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 29 maart 2026 tot 29 september 2026. De kinderrechter vertrouwt erop dat de GI de machtiging niet langer zal gebruiken dan absoluut noodzakelijk is.
5.6.
Daarnaast spreekt de kinderrechter zich met verbazing uit over het standpunt van [accommodatie] dat zij geen overbruggingsplek voor [minderjarige] willen aanbieden indien zich een nieuw incident voordoet. Gelet op de huidige precaire situatie waarin [minderjarige] zich bevindt en er geen alternatieve huisvesting voorhanden is (ondanks de vele pogingen vanuit de GI om dit te realiseren), is het geluid dat [minderjarige] niet meer welkom is bij [accommodatie] uitermate verontrustend. De kinderrechter benadrukt dat de onderhavige rechterlijke uitspraak zal moeten worden nageleefd door
allebetrokken partijen en dat ook de uitvoerende instanties in de uitoefening van hun taken rekening zullen moeten houden met de uitgangspunten van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) waaruit blijkt dat bij het nemen van
iederebeslissing het belang van het kind de eerste overweging moet zijn (artikel 3 lid Pro 1).
5.7.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
in de zaak C/02/440904 / JE RK 25-1865
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 januari 2026 tot 29 maart 2026;
in de zaak C/02/443943 / JE RK 26-61
6.2.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp – ter overbrugging tot de vervolgplaatsing binnen het traject [hulpverlening] – met ingang van 29 maart 2026 tot 29 september 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026 door mr Sumner, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 18 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.