ECLI:NL:RBZWB:2026:1059
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij invorderingsrente
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst over de in rekening gebrachte invorderingsrente bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2021.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. De ontvanger heeft de invorderingsrente verminderd tot nul, waardoor belanghebbende geen financieel voordeel meer kan behalen uit het beroep. Daarnaast is de rechtbank onbevoegd om te oordelen over de vergoeding van invorderingsrente, aangezien dit onder de Invorderingswet valt en niet onder de uitzonderingen waarvoor de belastingrechter bevoegd is.
Het geschil over de invorderingsrente kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en laat het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en de rechtbank is onbevoegd over de vergoeding van invorderingsrente te oordelen.