ECLI:NL:RBZWB:2026:106

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/4697
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar forensenbelasting

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 12 januari 2026, wordt het beroep van de belanghebbende tegen de heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk beoordeeld. De belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de aanslag forensenbelasting voor een specifiek object, maar stelde dat de heffingsambtenaar niet tijdig had beslist op zijn bezwaar, ingediend op 4 juli 2025. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de ingebrekestelling door de belanghebbende op 20 augustus 2025 prematuur was. De beslistermijn voor de heffingsambtenaar eindigde op 31 december 2025, en aangezien de ingebrekestelling te vroeg was verzonden, kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordelen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier, en is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/4697

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat belanghebbende heeft ingesteld, omdat de heffingsambtenaar volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 4 juli 2025 tegen de aanslag forensenbelasting voor het object [adres] met aanslagnummer [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1] Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.
Is het beroep ontvankelijk?
2.1.
Belanghebbende heeft het bezwaarschrift ingediend op 4 juli 2025. De heffingsambtenaar moet op het bezwaarschrift beslissen in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen. [2] In dit geval eindigt de beslistermijn op 31 december 2025. Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar op 20 augustus 2025 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken en is de ingebrekestelling prematuur.
2.2.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 12 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.
2.Dit staat in artikel 236 van de Gemeentewet.