ECLI:NL:RBZWB:2026:107
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-beschikking en aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en watersysteemheffing
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 12 januari 2026, wordt het beroep van belanghebbende tegen de WOZ-beschikking en de gelijktijdig opgelegde aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en watersysteemheffing behandeld. Het beroep is ingediend tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 22 februari 2024. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk ongegrond is en dat de ingebrekestelling van belanghebbende prematuur was. De rechtbank heeft vastgesteld dat de heffingsambtenaar op 8 maart 2023 het bezwaarschrift heeft ontvangen en dat de beslistermijn op 21 december 2023 met zes weken is verdaagd. Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar op 22 januari 2024 in gebreke gesteld, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor heeft de rechtbank geoordeeld dat de ingebrekestelling niet op tijd was en dat belanghebbende geen recht heeft op een dwangsom. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.