ECLI:NL:RBZWB:2026:109
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als basisoperator, raakte arbeidsongeschikt door een werkongeval en een auto-ongeluk, met bijkomende psychische klachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank beoordeelde het medisch dossier, inclusief onderzoeken door een primaire arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b), die beperkingen vaststelden maar geen recht gaven op een uitkering.
Eiser voerde aan dat zijn beperkingen groter zijn dan vastgesteld, met name door verminderde handfunctie, rugklachten en psychische problematiek. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om de beperkingen te verhogen. Het medisch oordeel van het UWV werd als zorgvuldig en objectief beschouwd, waarbij subjectieve klachten niet doorslaggevend zijn.
Ook het arbeidsdeskundig onderzoek van het UWV werd niet betwist. De rechtbank concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de vereiste 35% ligt, waardoor het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is.