Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2018 tot en met 2021. De ontvanger van de Belastingdienst verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat zij niet binnen de wettelijke termijn van zes weken waren ingediend.
De rechtbank bevestigt dat de bezwaren te laat zijn ontvangen, namelijk pas in juni 2023, terwijl de termijn eindigde in januari 2023. Belanghebbende voerde aan dat zij de aanslagen niet tijdig ontving vanwege gebrekkige postbezorging in Namibië en dat zij niet wist dat zij belastingplichtig was in Nederland.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende door het bezit van onroerend goed en bankrekeningen in Nederland had moeten weten van haar belastingplicht. De enkele stelling van falende postbezorging is onvoldoende om het vermoeden van ontvangst bij juiste adressering te ontzenuwen. Bovendien had belanghebbende een Nederlands correspondentieadres moeten doorgeven om communicatieproblemen te voorkomen.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de ambtshalve beslissingen van de ontvanger, omdat deze niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn. De bezwaren worden terecht niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor de aanslagen in stand blijven.