ECLI:NL:RBZWB:2026:1108
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en gronden in belastingzaak
De Belastingdienst ontving op 10 juni 2025 een brief die werd aangemerkt als beroepschrift tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2022. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gemachtigde geen machtiging had overgelegd en de gronden van het beroep ontbraken.
De rechtbank verzocht meerdere malen om een machtiging, maar deze verzoeken werden niet beantwoord. De brieven werden ongeopend retour ontvangen of onbeantwoord gelaten, ondanks dat het griffierecht was betaald en het adres van belanghebbende bekend was. Er was geen verontschuldiging voor het verzuim.
Omdat de gemachtigde niet de bedoeling had voor zichzelf in beroep te komen, maar namens belanghebbende, en geen machtiging kon tonen, kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen. Het bestreden besluit blijft daardoor ongewijzigd van kracht.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en gronden, waardoor het bestreden belastingbesluit in stand blijft.