ECLI:NL:RBZWB:2026:1110

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/5727
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en uittreksel handelsregister

Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 2020-2021. Het beroep is ingediend door een gemachtigde zonder dat een machtiging en een recent uittreksel van het handelsregister zijn overgelegd. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde tweemaal verzocht dit verzuim te herstellen, maar hierop is niet gereageerd.

De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van deze documenten betekent dat niet kan worden vastgesteld dat de gemachtigde bevoegd is om namens belanghebbende op te treden. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank beoordeelt het beroep daarom niet inhoudelijk en laat het bestreden besluit in stand.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en een uittreksel van het handelsregister.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/5727

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen

1.[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: mr.drs. F.H.R. Levels),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 oktober 2025. Het beroep ziet op de aanslag vennootschapsbelasting voor belastingjaar 2020-2021 met aanslagnummer [aanslagnummer] V.07.114.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging en geen uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Ook dient er een uittreksel uit het handelsregister te worden ingediend waaruit blijkt wie als uiteindelijk bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen en een machtiging te verlenen als het gaat om een niet-natuurlijk persoon. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging en geen recent uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel bijgevoegd, waaruit blijkt dat hij gemachtigd is door een daartoe bevoegd persoon om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast beschikt de rechtbank ook niet over de adresgegevens van de belanghebbende. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde in haar brief van 12 november 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De griffier heeft vervolgens op 22 december 2025 in het digitaal dossier van gesteld gemachtigde een bericht geplaatst. Gesteld gemachtigde is hierbij nogmaals in de gelegenheid gesteld om een machtiging en een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel aan te leveren binnen twee weken na dagtekening van het bericht. Gesteld gemachtigde heeft hierop niet gereageerd.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.