ECLI:NL:RBZWB:2026:1115

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/1832
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen belastingaanslag

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de ontvanger van de Belastingdienst waarin zijn bezwaar ongegrond werd verklaard. Tijdens de procedure heeft belanghebbende de aanslag betaald en vervolgens het beroep ingetrokken zonder nadere motivering.

Belanghebbende verzocht bij intrekking van het beroep om veroordeling van de ontvanger in de proceskosten. De ontvanger gaf aan niet aan het beroep te zijn tegemoetgekomen, waardoor geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling.

De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en geoordeeld dat de ontvanger niet aan het beroep is tegemoetgekomen. Omdat belanghebbende geen nadere motivering of bewijsstukken heeft overgelegd, wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond.

De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en griffier R.P.A.G. Dekkers op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen omdat de ontvanger niet aan het beroep is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/1832
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de ontvanger in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de ontvanger van 6 maart 2025. Belanghebbende heeft geen nadere motivering voor zijn intrekking en verzoek om veroordeling van de ontvanger in de proceskosten overgelegd.
1.1.
De rechtbank heeft de ontvanger in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De ontvanger heeft de rechtbank meegedeeld dat geen aanleiding bestaat voor de veroordeling van de ontvanger in de proceskosten, omdat niet tegemoetgekomen is.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de ontvanger aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de ontvanger geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
4.1.
De rechtbank merkt op dat belanghebbende geen gedingstukken en nadere motivering bij de intrekking van zijn beroepschrift heeft overgelegd. De rechtbank gaat daarom uit van de gedingstukken die door de ontvanger zijn overgelegd.
4.2.
Met dagtekening van 28 maart 2025 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van belanghebbende ongegrond is verklaard. Bij brief van 8 juli 2025 laat de ontvanger weten dat de aanslag waar het over ging, inmiddels is betaald. De ontvanger stelt dat het belang van deze zaak daarmee is komen te vervallen. Op 14 augustus 2025 heeft de rechtbank de intrekkingsverklaring en verzoek om een veroordeling van de proceskostenvergoeding ontvangen. Volgens de ontvanger is hij niet tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende. Belanghebbende heeft – zonder dat de ontvanger tegemoetgekomen is – de aanslag betaald en het beroepschrift ingetrokken zonder nadere motivering. De rechtbank oordeelt dat de ontvanger niet tegemoetgekomen is aan het beroep van belanghebbende. De rechtbank oordeelt op basis van voorgaande, dat geen recht bestaat op een vergoeding van de proceskosten. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).