ECLI:NL:RBZWB:2026:1115
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen belastingaanslag
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de ontvanger van de Belastingdienst waarin zijn bezwaar ongegrond werd verklaard. Tijdens de procedure heeft belanghebbende de aanslag betaald en vervolgens het beroep ingetrokken zonder nadere motivering.
Belanghebbende verzocht bij intrekking van het beroep om veroordeling van de ontvanger in de proceskosten. De ontvanger gaf aan niet aan het beroep te zijn tegemoetgekomen, waardoor geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en geoordeeld dat de ontvanger niet aan het beroep is tegemoetgekomen. Omdat belanghebbende geen nadere motivering of bewijsstukken heeft overgelegd, wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond.
De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en griffier R.P.A.G. Dekkers op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen omdat de ontvanger niet aan het beroep is tegemoetgekomen.