ECLI:NL:RBZWB:2026:1121
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en verklaring van erfrecht
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 februari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2022. Het beroep was ingesteld door een gemachtigde namens de erven van een overledene.
De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was omdat de gemachtigde geen machtiging en geen verklaring van erfrecht had overgelegd, ondanks twee schriftelijke verzoeken om dit verzuim te herstellen. De gemachtigde had bovendien geen verontschuldiging voor het niet indienen van deze stukken gegeven, ook niet na een verzoek om uitstel.
Omdat het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard, heeft de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeeld en blijft het bestreden besluit van de inspecteur van de Belastingdienst in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en verklaring van erfrecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.