ECLI:NL:RBZWB:2026:1122

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/3737
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en verklaring van erfrecht

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 februari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een beroep tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021. Het beroep was ingesteld door een gesteld gemachtigde namens de erven van een overledene.

De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was omdat de gemachtigde geen machtiging en verklaring van erfrecht had overgelegd, zoals vereist is om namens de erfgenamen op te treden. Ondanks meerdere verzoeken van de rechtbank om dit verzuim binnen gestelde termijnen te herstellen, heeft de gemachtigde dit niet gedaan. Ook het verzoek om uitstel en de bezwaren tegen het opsturen van de verklaring werden niet als verontschuldiging geaccepteerd.

Hierdoor kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen en bleef het bestreden besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd openbaar gemaakt en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en verklaring van erfrecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/3737

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen

de erven van [naam] , uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 juni 2025. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.16.01.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging en verklaring van erfrecht heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Daarnaast dient gesteld gemachtigde in dit geval tevens een verklaring van erfrecht in te dienen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging en een verklaring van erfrecht overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Zij vermeldt daarin dat zij de gemachtigde is van belanghebbende. Zij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging en verklaring van erfrecht bijgevoegd waaruit blijkt dat zij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft haar bij brief van 24 oktober 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 21 november 2025 gesteld gemachtigde nogmaals in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen. De envelop waarin de aangetekende brief is verzonden, is ongeopend terugontvangen met de vermelding “niet afgehaald; retour afzender”. Uit de basisregistratie persoonsgegevens blijkt dat belanghebbende ingeschreven staat op dat adres. De griffier heeft bij brief (per gewone post) van 16 december 2025 gesteld gemachtigde voor de laatste keer verzocht te reageren binnen een termijn van twee weken. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging en verklaring van erfrecht ingediend ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
5. Gesteld gemachtigde heeft meerdere keren om uitstel verzocht en aangegeven de verklaring van erfrecht niet te willen opsturen, omdat bij de post veel misgaat. Dat is geen verontschuldiging voor het verzuim gebleken, omdat door de rechtbank is aangegeven dat gesteld gemachtigde voldeed aan het verzoek indien zij een kopie van het stuk zou opsturen. Het origineel exemplaar blijft zo bij gesteld gemachtigde. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.