ECLI:NL:RBZWB:2026:1123

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/4752
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:36c AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestreden besluit in belastingzaak

Belanghebbende heeft op 16 september 2025 een beroepschrift ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant tegen een besluit dat niet nader is gespecificeerd. De rechtbank heeft belanghebbende verzocht om binnen vier weken een kopie van het bestreden besluit te overleggen, maar deze is niet ontvangen. Na een tweede herinnering op 23 oktober 2025 bleef het besluit uit.

De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van het bestreden besluit betekent dat niet duidelijk is waar het beroep betrekking op heeft. Dit verzuim is niet tijdig hersteld en er is geen verontschuldiging gegeven. Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk.

De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en openbaar gemaakt op 23 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/4752

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende dat op 16 september 2025 is ontvangen door de rechtbank.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd waardoor het niet duidelijk is waar het beroep van belanghebbende betrekking op heeft. Het verzuim is niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft belanghebbende tijdig een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd?
4. De rechtbank heeft op 16 september 2025 een beroepschrift ontvangen van belanghebbende. Op 17 september 2025 heeft de rechtbank verzocht om binnen vier weken mede te delen met welk besluit belanghebbende het niet eens is. De griffier heeft vervolgens op 23 oktober 2025 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst. Belanghebbende is hierbij nogmaals in de gelegenheid gesteld om het besluit binnen twee weken te overleggen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 23 oktober 2025 heeft ontvangen. [3] Belanghebbende heeft binnen die termijn geen besluit overgelegd.
Is het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
3.Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).