ECLI:NL:RBZWB:2026:1124

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
BRE 24/7726
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ondertekening en besluit bij WOZ-beschikking

Belanghebbende heeft op 12 november 2024 beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking met waardepeildatum 1 januari 2023. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.

De rechtbank constateert dat het beroepschrift niet persoonlijk is ondertekend en dat geen kopie van het bestreden besluit is overgelegd. Ondanks meerdere verzoeken en herstelmogelijkheden, waaronder brieven van 15 november 2024, 11 augustus 2025 en 11 september 2025, heeft belanghebbende niet voldaan aan deze vereisten. De brief van 11 augustus 2025 werd ongeopend retour ontvangen.

Belanghebbende heeft geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim. Op grond van artikel 6:6 Awb Pro verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ondertekening en het niet overleggen van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/7726

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende dat op 12 november 2024 is ontvangen op de rechtbank. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking met waardepeildatum 1 januari 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen kopie heeft overgelegd van het bestreden besluit en het beroepschrift eveneens niet persoonlijk heeft ondertekend. De verzuimen zijn niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet het beroepschrift persoonlijk hebben ondertekend en moet zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft belanghebbende de verzuimen tijdig vermeld?
4. Bij brief van 15 november 2024 is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om zijn beroepschrift te ondertekenen, het bestreden besluit te overleggen en gronden te overleggen waarom zij in beroep is gegaan. Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening van 24 maart 2025 gereageerd waar het beroep op ziet. Echter, ontbreekt een persoonlijke ondertekening. Daarnaast heeft belanghebbende geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 11 augustus 2025 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken te reageren. De enveloppe waarin deze brief is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen, met de melding “niet afgehaald – retour afzender”. Uit de basisregistratie persoonsgegevens blijkt dat belanghebbende staat ingeschreven op het opgegeven adres. Daarop is de brief op 11 september 2025 nogmaals naar het adres gestuurd, nu per gewone post en met een laatste termijn van twee weken. Belanghebbende heeft het beroepschrift niet ondertekend. Daarnaast heeft belanghebbende geen kopie van het bestreden besluit overgelegd.
Zijn de verzuimen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor het verzuim (het niet ondertekenen van het beroepschrift). Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.