AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor belaging ex-vrouw, bedreiging en mishandeling moeder met vrijheidsbeperkende maatregel
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor belaging van zijn ex-vrouw gedurende bijna een jaar, waarbij hij haar stalkte via diverse communicatiemiddelen en bedreigde met de dood. Daarnaast is verdachte schuldig bevonden aan mishandeling van zijn moeder en het weigeren mee te werken aan een ademanalyse.
De rechtbank achtte de bedreigingen wettig en overtuigend bewezen, ondanks het verweer van verdachte. De impact op het slachtoffer en haar kinderen is groot, met blijvende angst en stress. Verdachte heeft een problematisch verleden met justitie, vooral op het gebied van geweld en huiselijk geweld, en kampt met ernstige verslavings- en gedragsproblemen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor vijf jaar, bestaande uit een locatie- en contactverbod, met vervangende hechtenis bij overtreding. De rechtbank achtte een langdurige klinische behandeling noodzakelijk en beval dadelijke uitvoerbaarheid van de straf en maatregelen.
De benadeelde partij kreeg een immateriële schadevergoeding van € 2.000,- toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere straf werd afgewezen wegens volledige uitvoering. De uitspraak weerspiegelt de ernst van het delict en het hoge recidiverisico.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een vrijheidsbeperkende maatregel van vijf jaar en een schadevergoeding van € 2.000,- aan het slachtoffer.
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-193810-25 en 10-344322-25 (gev. ttz.)
Parketnummer TUL: 10-382705-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 20 februari 2026
[verdachte] ,
geboren te [ plaats 1] op [geboortedag 1] 1986,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting [locatie 1] ,
raadsman mr. J.V. van Blitterswijk, advocaat te Rotterdam .
1.Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 06 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. G.W. van der Burgt en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 vanPro het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.
2.De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Parketnummer 02-193810-25
Feit 1:[ex-vrouw] heeft gestalkt. Feit 2:[ex-vrouw] heeft bedreigd met de dood en/of zware mishandeling.
Parketnummer 10-344322-25
Feit 1:zijn moeder, [moeder van verdachte] , heeft mishandeld. Feit 2:niet heeft meegewerkt aan een ademanalyse.
3.De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4.De beoordeling van het bewijs
4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem tenlastegelegde feiten heeft begaan.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 2 onder parketnummer 02-193810-25 omdat geen sprake is van bedreiging. Ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 02-193810-25 en de feiten onder parketnummer
10-344322-25 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Parketnummer 02-193810-25 feit 2
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de uitlatingen zoals deze zijn gedaan door verdachte kunnen worden gekwalificeerd als een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Gelet op de aard van de gebezigde termen en de context waarin deze zijn geuit, is de rechtbank – anders dan de verdediging – van oordeel dat sprake is van een bedreiging die bij het slachtoffer de redelijke vrees kon doen ontstaan dat zij het leven zou verliezen. De rechtbank acht het feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Parketnummer 02-193810-25
Feit 1in de periode van 28 juli 2024 tot en met 19 juni 2025 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [ex-vrouw] , door die [ex-vrouw] veelvuldig berichten toe te sturen (via onder andere whatsapp, sms, facebookmessenger, voicemail, kaarten en emails) en die [ex-vrouw] veelvuldig telefonisch te benaderen en meerdere personen te benaderen om berichten door te geven aan die [ex-vrouw] en zich op te houden voor de woning van die [ex-vrouw] , met het oogmerk die voornoemde [ex-vrouw] , te dwingen iets niet te doen, te dulden en vrees aan te jagen;
Feit 2in de periode van 1 juni 2025 tot en met 4 juni 2025 in Nederland, [ex-vrouw] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die voornoemde [ex-vrouw] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik zat te denken zou ik haar vermoorden of eisen dat ik mijn dochter mag zien" en
"Als ik erachter kom dat [kind 1] bij het kasteel komt dan maak ik jullie allemaal kapot" en
“Effe serieus. Als jij daar nou één keer komt, dan maak ik jullie allemaal kapot.";
Parketnummer 10-344322-25
Feit 1op 16 december 2025 te [ plaats 1] [moeder van verdachte] heeft mishandeld, door die [moeder van verdachte] met kracht bij de hals vast te pakken en de keel dicht te knijpen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn moeder;
Feit 2op 16 december 2025 te [ plaats 1] opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55e lid 1 Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [hoofdagent] , werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid [locatie 2] , bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen medewerking te verlenen aan een onderzoek uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5.De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.
6.De strafoplegging
6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van
12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast vordert de officier van justitie een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contactverbod met aangeefster en de drie kinderen van aangeefster en een gebieds/locatieverbod voor [plaats 2] en het adres van zijn moeder te [ plaats 1] voor de duur van vijf jaar, met de bepaling dat bij iedere overtreding van deze maatregel twee weken vervangende hechtenis wordt toegepast, met een maximum van zes maanden. De officier van justitie vordert dat de vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de gevangenisstraf zoals deze is gevorderd door de officier van justitie aanzienlijk te matigen. Verdachte staat open voor een behandeling, maar zou dat graag zelf willen regelen als hij wordt vrijgelaten. Ten aanzien van het contactverbod met zijn dochter vraagt de verdediging om een uitzondering mogelijk te maken, zodat contact mogelijk is wanneer dat er toezicht wordt gehouden door een bevoegde instantie.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna een jaar schuldig gemaakt aan belaging van [ex-vrouw] , zijn ex-vrouw. Verdachte heeft dit gedaan door zich onophoudend aan haar op te dringen en contact af te dwingen via onder andere whatsapp, sms, facebookmessenger, voicemail, kaarten en e-mails. Ook heeft hij andere personen benaderd om in contact met haar te komen. Verdachte heeft haar tot slot bedreigd met de dood. Verdachte heeft hiermee niet alleen inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [ex-vrouw] , maar heeft haar ook veel angst aangejaagd. Dat dit ook daadwerkelijk het geval is, blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring die door [ex-vrouw] is opgesteld. Hieruit komt naar voren dat zij voortdurend angstig is en onder stress leeft. Zij is niet alleen bang dat verdachte haar wat zal aandoen, maar ook haar kinderen of haar moeder. Zij is daardoor continu op haar hoede. Ook de kinderen ervaren veel last van de situatie. Bij [kind 1] is dit zo ernstig dat bij haar sprake is van een terugval in haar ontwikkeling. De situatie is voor [ex-vrouw] en de kinderen nog steeds onveilig, omdat verdachte zich - ook na het plegen van de feiten en met een schorsingstoezicht - niet aan veiligheidsafspraken houdt.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn moeder door haar met kracht bij de hals vast te pakken en haar keel dicht te knijpen. Verdachte heeft na dit feit geweigerd mee te werken aan een ademanalyse. Door aldus te handelen heeft verdachte zijn moeder pijn en letsel bezorgd en geen enkel respect getoond voor haar lichamelijke integriteit. Dat het niet de eerste keer is dat hij zijn moeder mishandelt, terwijl zij hem ongeacht de jegens haar getroffen veiligheidsmaatregelen hulp biedt en onderdak verleent, maakt het feit nog kwalijker. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt hoeveel impact de mishandeling op haar heeft gehad. Ondanks alles wil zij dat verdachte hulp krijgt en dat hij de zorg krijgt die zij hem niet (meer) kan geven.
De rechtbank rekent verdachte deze feiten ten zeerste aan.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het uittreksel van het strafblad van verdachte van 13 januari 2026, waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig met justitie in aanraking is geweest. Dit betreffen vooral geweldszaken en bedreigingen. Artikel 63 vanPro het Wetboek van Strafrecht is van toepassing. De rechtbank zal hier rekening mee houden.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van het reclasseringsrapport van 7 februari 2025. Hieruit komt naar voren dat sprake is van een delictpatroon aangaande huiselijk geweld.
De leefgebieden van verdachte zijn ontwricht. Er is geen sprake van een stabiele huisvesting, zinvolle dagbesteding, een positief sociaal netwerk of stabiliteit op het gebied van zijn financiën. De reclassering ziet aanwijzingen dat er sprake is van gebrekkige oplossings- en copingvaardigheden. Wanneer de spanningen en/of emoties te hoog oplopen gebruikt verdachte alcohol, hetgeen deze emoties en gedrag vervolgens weer versterken.
Verdachte is de afgelopen jaren meermaals opgenomen voor een klinische behandeling. De behandelingen hebben tot op heden niet geleid tot langdurige abstinentie of een gedragsverandering. Gezien de ernst van het alcoholgebruik, het (delict)gedrag dat hieruit voortkomt en eerdere voortijdig beëindigde, althans niet geslaagde, behandelingen ziet de reclassering geen mogelijkheid verdachte binnen een ambulant kader te laten behandelen. Er is onvoldoende kennis over het psychosociaal functioneren van verdachte en of er mogelijk psychische problematiek of een licht verstandelijke beperking ten grondslag ligt aan de alcohol- en mogelijke agressieproblematiek van verdachte. Zijn houding, waarbij verdachte de schuld buiten zichzelf legt, baart de reclassering zorgen. Daarbij komt dat verdachte in het verleden meermaals contact- en locatieverboden heeft overtreden inzake andere huiselijk geweld zaken. Volgens de reclassering is het van belang een langdurige klinische behandeling in te zetten om te pogen op deze manier de hoge risico’s te verminderen. Het risico op recidive wordt op dit moment ingeschat als hoog. Bij een veroordeling wordt geadviseerd een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering (na afspraak), opnemen in een zorginstelling, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, beheersing van middelengebruik en de begeleidingsmodule Stap voor Stap. Voorts wordt bij een veroordeling geadviseerd een contactverbod en een gebiedsverbod op te leggen als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht.
In aanvulling op bovenstaand reclasseringsrapport is een aanvullend reclasseringsrapport d.d. 3 februari 2026 opgesteld. Hieruit komt naar voren dat er met spoed een forensische indicatiestelling is aangevraagd. Er is een (voorlopige) indicatie afgegeven op basis waarvan verdachte op een wachtlijst is geplaatst voor de [afdeling] te [plaats 3] . Op de korte termijn is er geen zicht op een plek voor verdachte.
Een wachttijd van zes maanden moet op zijn minst in acht worden genomen. Hierbij wordt
opgemerkt dat indien verdachte wordt veroordeeld en de bijzondere voorwaarden worden
overgenomen zoals beschreven (met een dadelijke uitvoerbaarheid) er door het DIZ gezocht dient te worden naar een overbruggingsplek. Dit kan naar alle waarschijnlijkheid al binnen de [afdeling] , waar verdachte mogelijk op een andere afdeling kan verblijven totdat er plek is ontstaan op de afdeling waarvoor hij is aangemeld. Het is in geen geval wenselijk dat er ruimte ontstaat tussen de detentie en de klinische behandeling omdat de kans groot is dat verdachte terugvalt in het gebruik van middelen met delictgedrag als gevolg. Verdachte zal eerst een detox-behandeling moet ondergaan alvorens een langdurige klinische
behandeling kan worden ingezet.
Straf
Gelet op de ernst van de feiten en met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering. Anders dan door de officier van justitie is gevorderd, zal de rechtbank een proeftijd opleggen van 2 jaar. De rechtbank spreekt de hoop uit dat verdachte, gelet op de abstinentie gedurende zijn detentie, geen detox behandeling meer nodig heeft alvorens hij aansluitend aan zijn detentie (forensisch) kan worden behandeld.
Van de bijzondere voorwaarden zal de rechtbank de dadelijke uitvoerbaarheid bevelen. Gelet op het hoge herhalingsgevaar en risico op letsel moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van aangeefsters.
Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaren opgelegd, inhoudende een locatieverbod voor [plaats 2] en het adres van de moeder van verdachte ( [moeder van verdachte] ) en een contactverbod met [ex-vrouw] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 1] . De duur van de vervangende hechtenis bedraagt twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van zes maanden.
Naar het oordeel van de rechtbank staat een contactverbod met [kind 1] er niet aan in de weg dat gecontroleerd contact met [kind 1] , onder toezicht van hulpinstanties, toegestaan kan worden als de hulpinstanties dit geschikt of wenselijk achten.
Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens de slachtoffers wordt bevolen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 vanPro de Penitentiaire beginselenwet.
7.De vordering van de benadeelde partij
Parketnummer 02-193810-25
De benadeelde partij [ex-vrouw] vordert een schadevergoeding van € 3.500,- voor de
feiten 1 en 2.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. Gelet op bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank een bedrag van € 2.000,- billijk, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.
Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering van immateriële schade voor het overige afwijzen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de gevorderde immateriële schade dan ook toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2025 (het midden van de periode) tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
8.De vordering tenuitvoerlegging
Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 10-382705-24 heeft de officier van justitie geconcludeerd tot afwijzing, omdat deze straf al geheel ten uitvoer is gelegd.
Verdachte heeft de straf die voorwaardelijk aan hem was opgelegd onder dit parketnummer al uitgezeten op grond van een eerdere last tot ten uitvoerlegging. Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk in de vordering.
9.De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 63, 184, 285, 285b, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10.Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
Parketnummer 02-193810-25
Feit 1:belaging;
Feit 2:bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
Parketnummer 10-344322-25
Feit 1:mishandeling, begaan tegen zijn moeder; Feit 2:opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
* dat verdachte zich tijdens de proeftijd voor twaalf maanden of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door een nader te bepalen instelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op diagnostiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat betrokkene voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels
en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd (verder) laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de
duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
* dat verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering.;
* dat verdachte zich houdt aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
* dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs). Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
* dat verdachte meewerkt aan bewustwording van de levensstijl en middelenproblematiek. Hiertoe werkt verdachte binnen het reclasseringstoezicht mee aan de begeleidingsmodule Stap voor Stap;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 vanPro de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [ex-vrouw] ,geboren op [geboortedag 2] 1987, [kind 2], geboren op [geboortedag 3] 2013, [kind 3], geboren op [geboortedag 4] 2014 en [kind 1], geboren op [geboortedag 5] 2019. Voor [kind 1] heeft te gelden dat wanneer er gecontroleerd contact mogelijk is onder toezicht van hulpinstanties dit kan worden toegestaan;
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximale duur van 6 (zes) maanden;
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft.
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 5 jaren zich niet zal ophouden in [plaats 2];
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximale duur van 6 (zes) maanden;
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft.
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 3 jaren zich niet zal ophouden in [adres 2] (adres van [moeder van verdachte] , moeder van verdachte);
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximale duur van 6 (zes) maanden;.
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft.
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
Benadeelde partij
T.a.v. feiten 1 en 2 onder parketnummer 02-193810-25
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [ex-vrouw] van € 2.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 7 januari 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- wijst het overige gedeelte van de vordering af;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [ex-vrouw] , € 2.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 7 januari 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 20 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Vordering tenuitvoerlegging
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak onder parketnummer 10-382705-24.
Dit vonnis is gewezen door R. de Jong, voorzitter en D.H. Hamburger en J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van K. van Rijs, griffier en is uitgesproken ter de openbare zitting op 20 februari 2026.
Mr. De Jong, Mullers en K. van Rijs zijn niet in gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Parketnummer 02-193810-25
Feit 1hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2024 tot en met 19 juni 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [ex-vrouw] , door die [ex-vrouw] veelvuldig berichten toe te sturen (via onder andere whatsapp, sms, facebookmessenger, voicemail, kaarten en emails) en/of die [ex-vrouw] veelvuldig telefonisch te benaderen en/of een of meerdere personen te benaderen om berichten door te geven aan die [ex-vrouw] en/of meermalen zich op te houden voor de woning van die [ex-vrouw] , met het oogmerk die voornoemde [ex-vrouw] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; ( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )
Feit 2hij op of omstreeks de periode van 1 juni 2025 tot en met 4 juni 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, [ex-vrouw] heeft bedreigd met - enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of - zware mishandeling, door die voornoemde [ex-vrouw] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik zat te denken zou ik haar vermoorden of eisen dat ik mijn dochter mag zien" en/of "Als ik erachter kom dat [kind 1] bij het kasteel komt dan maak ik jullie allemaal kapot" en/of 'Effe serieus. Als jij daar nou één keer komt, dan maak ik jullie allemaal kapot." althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; ( art 285 lid 1 WetboekPro van Strafrecht )
Parketnummer 10-344322-25
Feit 1hij op of omstreeks 16 december 2025 te [ plaats 1] [moeder van verdachte] , heeft mishandeld, door die [moeder van verdachte] met kracht bij de hals/nek/keel vast te pakken en/of (vervolgens) de hals/nek/keel dicht te knijpen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn moeder; ( art 300 lid 1 WetboekPro van Strafrecht, art 304 lid 1 ahfPro/sub 1° Wetboek van Strafrecht )
Feit 2hij op of omstreeks 16 december 2025 te [ plaats 1] opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55e lid 1 Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [hoofdagent] , werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid [locatie 2] , belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd medewerking te verlenen aan een onderzoek uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven; ( art 184 lid 1 WetboekPro van Strafrecht )