ECLI:NL:RBZWB:2026:1128

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
25/2818 PW
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • K. de Weijze
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:58 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen opschorting en intrekking bijstandsuitkering ongegrond verklaard

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg waarbij haar bijstandsuitkering is opgeschort en later ingetrokken. De opschorting per 30 november 2024 werd door het college ongedaan gemaakt, waardoor het bezwaar tegen dit besluit feitelijk geen betekenis meer had. De rechtbank oordeelt dat het college het bezwaar tegen het besluit van 2 december 2024 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Eiseres diende twee dagen voor de zitting nadere stukken in die eerder hadden kunnen worden ingediend. De rechtbank volgt het college in het verzoek deze stukken buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Tevens acht de rechtbank de bezwaren tegen de latere opschortings- en intrekkingsbesluiten van januari 2025 te laat ingediend en laat deze ook buiten beschouwing.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter K. de Weijze op 19 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2818 PW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (college),verweerder (gemachtigde: [gemachtigde 2] ).

Inleiding

1. Bij besluiten van 2 december 2024 en 6 januari 2025 is de bijstandsuitkering van eiseres met ingang van 30 november 2024 en per 7 januari 2025 opgeschort. Bij besluit van 28 januari 2025 is de bijstandsuitkering per 7 januari 2025 ingetrokken. Met het bestreden besluit van 17 april 2025 is het bezwaar tegen het besluit van 2 december 2024 niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar tegen de besluiten van 6 januari 2025 en 28 januari 2025 ongegrond verklaard.
1.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Procesorde
2. Op grond van artikel 8:58, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken indienen. Dit voorschrift beoogt, als voortvloeiend uit de eisen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor, onder meer de wederpartij te beschermen tegen ontijdig aan het dossier toegevoegde stukken waarop die partij niet is voorbereid en waarop niet adequaat kan worden gereageerd.
Eiseres heeft op 20 januari 2026, dus twee dagen voor de zitting, nadere stukken ingediend. Deze stukken hadden eerder kunnen worden ingediend. Ter zitting heeft het college verzocht deze stukken buiten beschouwing te laten. De rechtbank volgt het college hierin en laat deze stukken daarom wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing.
3. Met het besluit van 2 december 2024 is de bijstandsuitkering van eiseres met ingang van 30 november 2024 opgeschort. De rechtbank beoordeelt of het college het bezwaar tegen het besluit van 2 december 2024 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens het college is op 3 december 2024 de bijstandsuitkering van eiseres over de maanden september 2024, oktober 2024 en november 2024 uitbetaald. Uit de uitbetaling van de uitkering had eiseres kunnen opmaken dat het college de opschorting van de uitkering per 30 november 2024 ongedaan had gemaakt.
3.1.
Eiseres richt zich in haar beroepschrift enkel tegen het besluit van 2 december 2024 en is van mening dat de procedure van opschorting van haar bijstandsuitkering onjuist is gevolgd. Eiseres heeft ter zitting bevestigd dat de opschorting van de uitkering per 30 november 2024 ongedaan is gemaakt. Nu de opschorting van de uitkering ongedaan was gemaakt, had naar het oordeel van de rechtbank het bezwaar tegen de opschorting geen feitelijke betekenis meer. Het college heeft daarom het bezwaar tegen het besluit van 2 december 2024 terecht niet-ontvankelijk verklaard.
3.2.
Hetgeen namens eiseres eerst ter zitting is aangevoerd tegen het opschortingsbesluit van 6 januari 2025 en het intrekkingsbesluit van 28 januari 2025 acht de rechtbank tardief en zal zij wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing laten.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Voor vergoeding van het griffierecht of de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Weijze, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 19 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.