ECLI:NL:RBZWB:2026:1152
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpand met opslagruimte in Middelburg
Belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een winkelpand met opslagruimte, gelegen aan een adres in Middelburg, met een waardepeildatum van 1 januari 2022. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op € 491.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting en rioolheffing opgelegd.
De rechtbank heeft beoordeeld of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport van juli 2025, waarin de huurwaardekapitalisatiemethode (HWK-methode) werd toegepast. Hierbij werd een kapitalisatiefactor van 10,9 gehanteerd, gebaseerd op verkooptransacties van vergelijkbare objecten in een andere plaats. De theoretische huurwaarde werd berekend op € 45.106 per jaar.
Belanghebbenden betwistten de gehanteerde kapitalisatiefactor en de vergelijkbaarheid van de referentieobjecten, onder meer vanwege verschillen in ligging en oppervlakte. De rechtbank oordeelde echter dat de heffingsambtenaar voldoende marktgegevens had aangeleverd en dat de verschillen in ligging en oppervlakte in het taxatierapport waren meegenomen. De door belanghebbenden voorgestelde bottom-up methode werd niet relevant geacht.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag OZB en rioolheffing blijven gehandhaafd en belanghebbenden krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 491.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.