Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaken tussen
de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar,
Inleiding
Feiten
Aanbiedingsplicht aan de gemeente
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van twee kinderboerderijen, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden per 1 januari 2022, omdat de onroerende zaken in erfpacht zijn uitgegeven en niet vrij verhandelbaar zijn. De heffingsambtenaar stelde de waarden vast op respectievelijk €106.000 en €274.000, gebaseerd op taxatierapporten die de waarde van de grond en opstallen meenamen.
De rechtbank overwoog dat de WOZ-waardebepaling uitgaat van een overdrachts- en verkrijgingsfictie, waarbij wordt gekeken naar de waarde van volle en onbezwaarde eigendom. Erfpachtrechten en aanbiedingsplichten worden niet in aanmerking genomen bij de waardebepaling. De taxatierapporten zijn niet betwist en de rechtbank zag geen reden om aan hun juistheid te twijfelen.
Daarom zijn de beroepen van belanghebbende ongegrond verklaard en blijven de WOZ-waarden en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting gehandhaafd. De rechtbank kende geen proceskostenvergoeding toe en vergoedde het griffierecht niet.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarden van de kinderboerderijen worden ongegrond verklaard en de aanslagen OZB blijven gehandhaafd.