Eiseres, gescheiden en woonachtig in Nederland met twee kinderen, ontving Nederlandse gezinsbijslag. De SVB trok in een besluit over het tweede tot vierde kwartaal van 2022 een bedrag van CHF 300 per kind per maand, betaald vanuit Zwitserland, af van de Nederlandse gezinsbijslag. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de SVB ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat de SVB onvoldoende had onderzocht of het Zwitserse bedrag van dezelfde aard was als de Nederlandse gezinsbijslag en of doorbetaling aan eiseres had plaatsgevonden. De SVB kreeg de gelegenheid dit nader te onderzoeken en bewijs aan te leveren.
De SVB heeft dit onderzoek niet adequaat uitgevoerd en volstond met algemene verwijzingen zonder concrete bewijsstukken of nadere informatie van het Zwitserse orgaan. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het bedrag van CHF 300 per kind per maand van dezelfde aard was en dat doorbetaling had plaatsgevonden.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Het bedrag mag niet worden afgetrokken van de Nederlandse gezinsbijslag. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres vergoed.