Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:116

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
24/3434 AKW
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping besluit SVB over aftrek Zwitserse gezinsbijslag wegens gebrek aan onderzoek

Eiseres, gescheiden en woonachtig in Nederland met twee kinderen, ontving Nederlandse gezinsbijslag. De SVB trok in een besluit over het tweede tot vierde kwartaal van 2022 een bedrag van CHF 300 per kind per maand, betaald vanuit Zwitserland, af van de Nederlandse gezinsbijslag. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de SVB ongegrond werd verklaard.

De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat de SVB onvoldoende had onderzocht of het Zwitserse bedrag van dezelfde aard was als de Nederlandse gezinsbijslag en of doorbetaling aan eiseres had plaatsgevonden. De SVB kreeg de gelegenheid dit nader te onderzoeken en bewijs aan te leveren.

De SVB heeft dit onderzoek niet adequaat uitgevoerd en volstond met algemene verwijzingen zonder concrete bewijsstukken of nadere informatie van het Zwitserse orgaan. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het bedrag van CHF 300 per kind per maand van dezelfde aard was en dat doorbetaling had plaatsgevonden.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Het bedrag mag niet worden afgetrokken van de Nederlandse gezinsbijslag. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de SVB wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende onderzoek naar de aard en doorbetaling van de Zwitserse gezinsbijslag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3434 AKW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

De Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (Svb).

Procesverloop

1. De rechtbank heeft in het geding tussen partijen op 15 september 2025 een tussenuitspraak gedaan.
1.1.
Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de Svb op 17 november 2025 een reactie ingezonden. Eiseres heeft daarop gereageerd.
1.2.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en vervolgens het onderzoek op 9 januari 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres is gescheiden van [ex-partner] . Eiseres en [ex-partner] hebben samen twee kinderen. Eiseres woont met de kinderen in Nederland. [ex-partner] werkt sinds oktober 2020 in Zwitserland.
2.1.
De Svb heeft met een besluit van 20 oktober 2023 (primaire besluit) aan eiseres met betrekking tot het tweede kwartaal van 2022 tot en met het vierde kwartaal van 2022 medegedeeld dat van haar Nederlandse gezinsbijslag (bestaande uit kinderbijslag en kindgebonden budget) de vergelijkbare gezinsbijslag uit Zwitserland wordt afgetrokken. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het besluit van 22 maart 2024 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
2.2.
De rechtbank heeft in de tussenuitspraak overwogen dat uit het arrest Wiering van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt dat gezinsuitkeringen alleen op elkaar in mindering mogen worden gebracht als zij van dezelfde aard zijn. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak verder overwogen dat in het dossier is aangegeven dat vanuit Zwitserland per april 2022 CHF 300 per kind per maand is betaald en dat [ex-partner] dit aantoonbaar heeft doorbetaald aan eiseres. Niet gebleken is dat de Svb heeft onderzocht of het bedrag vanuit Zwitserland van dezelfde aard is als de Nederlandse gezinsbijslag. Voor de rechtbank is evenmin vast komen te staan dat [ex-partner] aantoonbaar heeft doorbetaald aan eiseres. De kennelijk door [ex-partner] terzake aan het Zwitserse orgaan overgelegde gegevens, ontbreken in het dossier.
2.3.
De rechtbank heeft de Svb in de gelegenheid gesteld om alsnog te onderzoeken of het hiervoor genoemde bedrag van CHF 300 per kind per maand van dezelfde aard is als de Nederlandse gezinsbijslag. Tevens is de Svb in de gelegenheid gesteld om de in overweging 2.2. genoemde gegevens, welke kennelijk door [ex-partner] zijn overgelegd aan het Zwitserse orgaan, in te zenden aan de rechtbank.
2.4.
De rechtbank stelt vast dat een onderzoek als hiervoor bedoeld niet heeft plaatsgevonden. De Svb heeft in haar reactie van 17 november 2025 volstaan met in algemene zin te verwijzen naar de database van het Mutual Information System on Social Protection (MISSOC). Er is door de Svb niet specifiek aan het Zwitserse orgaan gevraagd wat het voorwerp, de doelstelling, de berekeningsgrondslag en de toekenningsvoorwaarden zijn van het bedrag van CHF 300 dat maandelijks per kind zou zijn betaald. Hierdoor is voor de rechtbank niet vast komen vast te staan dat dit bedrag van dezelfde aard is als de Nederlandse gezinsbijslag. Voor de rechtbank is evenmin komen vast te staan dat het bedrag van CHF 300 per kind per maand door [ex-partner] aantoonbaar is doorbetaald aan eiseres nu de Svb geen betaalbewijzen heeft kunnen overleggen. Gelet op het voorgaande mag met betrekking tot het tweede kwartaal van 2022 tot en met het vierde kwartaal van 2022 het bedrag van CHF 300 per kind per maand niet worden afgetrokken van de Nederlandse gezinsbijslag.
3. Gelet op het vorenstaande is het beroep tegen het bestreden besluit gegrond. Dit besluit zal worden vernietigd. De Svb heeft het door de rechtbank in de tussen-uitspraak geconstateerde gebrek niet gerepareerd. De rechtbank zal het primaire besluit herroepen en met betrekking tot het tweede kwartaal van 2022 tot en met het vierde kwartaal van 2022 bepalen dat het bedrag van CHF 300 per kind per maand niet mag worden afgetrokken van de Nederlandse gezinsbijslag.
4. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, moet het griffierecht aan eiseres worden vergoed. Verder moet de Svb aan eiseres de reiskosten in verband met de zitting op 12 augustus 2025 in Middelburg vergoeden. Er is in totaal 134 km gereisd met de auto à € 0,28 cent per kilometer= € 37,52 in totaal.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit en bepaalt met betrekking tot het tweede kwartaal van 2022 tot en met het vierde kwartaal van 2022 dat het bedrag van CHF 300 per kind per maand niet mag worden afgetrokken van de Nederlandse gezinsbijslag;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 37,52;
- bepaalt dat de Svb aan eiseres het in beroep betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Constant, griffier, op 13 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen de tussenuitspraak en deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.