ECLI:NL:RBZWB:2026:1209
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen wijziging WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid afgewezen
Eiseres, voormalig intercedent, viel op 6 februari 2020 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 2 juni 2022 een loongerelateerde WIA-uitkering. Het UWV wijzigde haar uitkering per 2 mei 2023 naar een vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%, waarna eiseres bezwaar maakte. Het bezwaar werd gegrond verklaard en het UWV stelde het percentage bij naar 55-65%.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) als zorgvuldig en vond geen aanleiding voor een aanvullend psychologisch of psychiatrisch onderzoek. De arbeidsdeskundige b&b gebruikte passende functies voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid, wat de rechtbank onderschreef. De berekende mate van arbeidsongeschiktheid bedroeg 61,9%.
Eiseres stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt was en dat het UWV onterecht geen verdere urenbeperking had aangenomen, maar kon dit niet onderbouwen met medische gegevens. Ook haar beroep op aanzegjurisprudentie faalde omdat die jurisprudentie niet van toepassing is bij een verhoging van de arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar veroordeelde het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres, waarbij partijen overeenstemming bereikten over de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit over haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van proceskosten en griffierecht.