ECLI:NL:RBZWB:2026:1221

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
12-015294-03
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e SrArt. 242 SrArt. 282 lid 1 SrArt. 47 lid 1 SrArt. 6:6:13 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met één jaar

Betrokkene is sinds 7 maart 2007 ter beschikking gesteld met verpleging van overheidswege na een veroordeling voor ernstige strafbare feiten. De tbs-maatregel is reeds meerdere malen verlengd, de laatste keer op 14 maart 2025. De officier van justitie verzocht opnieuw om verlenging met één jaar.

De tbs-instelling en de reclassering adviseerden beiden de verlenging van de maatregel. De tbs-instelling concludeerde dat betrokkene niet langer schizofreen is, maar wel lijdt aan een narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis en een ongespecificeerd schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis. Betrokkene is psychisch kwetsbaar en afhankelijk van een gestructureerde en corrigerende omgeving om terugval in crimineel gedrag en drugsgebruik te voorkomen. De reclassering benadrukte het hoge risico op recidive en het gebrek aan probleem- en ziekte-inzicht.

Betrokkene wenste beëindiging van de maatregel, stellende dat hij stabiel is en geen medicatie nodig heeft. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, omdat het recidivegevaar bij beëindiging hoog is en voortvloeit uit een ziekelijke stoornis. De adviezen waren voldoende onderbouwd en er was geen aanleiding tot aanhouding van de beslissing.

De rechtbank verlengde de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege met één jaar, waarbij de voorzitter niet medeondertekende. De beslissing werd uitgesproken op 25 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege met één jaar vanwege het blijvende recidivegevaar en de psychische problematiek van betrokkene.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 12-015294-03
Beslissing van de meervoudige kamer van 25 februari 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
verblijvende op [tbs-instelling] (de tbs-instelling),
hierna: betrokkene
raadsman: mr. B. Wernik, advocaat te Haarlem

1.De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 19 januari 2026, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met één jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene tot en met 19 november 2025;
- het rapport van het forensisch psychiatrisch centrum (hierna: FPC) [FPC] van 2 januari 2026, waarin het advies van de tbs-instelling is vermeld;
- het rapport van de reclassering van 15 januari 2026.

2.De procesgang

Bij arrest van het gerechtshof ‘s-Gravenhage van 16 juni 2006 is betrokkene, wegens
overtreding van de artikelen 242 en 282 lid 1 juncto 47 lid 1 aanhef en onder sub 1 van het
Wetboek van Strafrecht (Sr), veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf en tbs met
verpleging van overheidswege.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs is op 7 maart 2007 aangevangen. De tbs is bij beslissing van de rechtbank Zeeland-
West-Brabant van 14 maart 2025 laatstelijk verlengd voor een termijn van één jaar.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 11 februari 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. B. Wernik, advocaat te Haarlem. Voorts is als deskundige gehoord [deskundige] .

3.Adviezen

3.1.
Advies tbs-instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 2 januari 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met één jaar. De tbs-instelling heeft daartoe het volgende aangevoerd. Ten tijde van de afgelopen verlengingszitting verschilden de visies over de diagnostiek van betrokkene en de kwalificatie daarvan, reden waarom er een hernieuwde diagnostiek heeft plaatsgevonden. Daaruit volgt dat niet langer sprake is van schizofrenie en een lichtverstandelijke beperking. Wel is sprake van een narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis (langdurig in remissie in een gedwongen omgeving) en een ongespecificeerd schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis. Ook is er sprake van psychopathie. Al geruime tijd blijkt dat betrokkene kan functioneren in een omgeving zonder expliciete beveiligingsgraad. Desalniettemin is hij afhankelijk van hulpverlening bij het vormgeven van zijn dag en het hanteren van alledaagse spanningen. Wanneer betrokkene meer ruimte krijgt en meent zijn eigen gang te kunnen gaan, neemt het risico op terugval in criminaliteit, drugsgebruik dan wel het vertonen van grensoverschrijdend gedrag naar vrouwen op langere termijn toe. Zonder kaders manifesteert het tekort aan probleembesef en gaan zijn antisociale cognities en opvattingen toenemend op de voorgrond staan. Betrokkene is dan onvoldoende in staat om zijn eigen gedachten en handelen binnen maatschappelijke normen op de ander af te stemmen. Voorgaande maakt dat de kliniek stellig blijft in de overtuiging dat een passende woonplek met daarbij adequate ondersteuning essentieel is voor betrokkene om verantwoord te functioneren en daarnaast om op verantwoorde wijze af te schalen in de maatregel. De laatste stap, namelijk de overplaatsing naar een woonplek in het westen van het land waar betrokkene langdurig kan wonen, dient nog te worden gemaakt. Gezien de recente psychische ontregeling moet opnieuw bepaald worden of anti-psychotische medicatie een onderdeel moet zijn van het risicomanagement. Of betrokkene hier al dan niet aan meewerkt zal van invloed zijn bij het zoeken van een vervolginstelling. Gelet op voorgaande is de noodzaak tot verlenging van de huidige maatregel nog altijd aanwezig, daar betrokkene in zijn functioneren sterk afhankelijk wordt geacht van een gestructureerde, steunende en corrigerende omgevingsprothese binnen een verplichtend kader om terugval in oude patronen te voorkomen.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan nog het volgende toegevoegd. Betrokkene is na de afgelopen verlengingszitting opnieuw bij verschillende vervolginstellingen aangemeld, maar ook daar steeds afgewezen. Er is momenteel nog geen concreet zicht op een vervolgplek. Er is veel aandacht besteed aan hetgeen op de afgelopen verlengingszitting is besproken, waarna er een hernieuwde, aangescherpte, diagnostiek plaatsvond. Daaruit volgde dat betrokkene niet schizofreen, echter wel psychisch kwetsbaar is. Daarin wilde de kliniek met betrokkene meedenken, waarna bij wijze van experiment is gestopt met de antipsychotica. Zodoende kon worden vastgesteld of betrokkene stabiel bleef of dat de medicatie juist nodig was, hetgeen uitvoerig met hem is besproken. Aanvankelijk wijzigde het beeld van betrokkene niet, totdat er afgelopen december een psychische ontregeling plaatsvond. De psychische ontregeling in combinatie met het door betrokkene vertoonde hypomaan en verward gedrag maken dat kan worden geconcludeerd dat hij medicatie afhankelijk is. Uit de wijze waarop hij zich nu uit – ook hier op zitting – blijkt zijn ontregeling. Eerder verliep het traject moeizaam, omdat er geen passende uitstroomvoorziening voor betrokkene kon worden gevonden. Op dit moment verblijft betrokkene terug in de kliniek en niet bij [zorginstelling] in het kader van transparant verlof. De situatie is erop achteruit gegaan ten opzichte van de afgelopen verlengingszitting. Er dient eerst overeenstemming te worden bereikt omtrent de medicatie alvorens er stappen vooruit kunnen worden gemaakt. Omdat onduidelijk is hoe de komende periode eruit zal gaan zien, acht de kliniek verlenging van de tbs-maatregel voor de duur van één jaar passend. Hierbij is het advies van de reclassering, waarbij eveneens negatief wordt geadviseerd over een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, in acht genomen. Niet te verwachten valt dat de maatregel over een jaar (voorwaardelijk) kan worden beëindigd.
3.2
Advies reclassering
De reclassering adviseert in het rapport van 15 januari 2026 de tbs te verlengen met één jaar. Bij betrokkene zijn er nog steeds hoge risico’s aanwezig, onder andere vanwege de aanwezige complexe problematiek, het gebrek aan probleem- en ziekte-inzicht en het buiten zichzelf leggen van problemen op diverse leefgebieden. De tbs-maatregel en de daarbij behorende forensische beschermende woonvorm die voor toezicht, structuur en begeleiding zorgen worden als beschermende factoren gezien. Het risico op onttrekken aan voorwaarden binnen een voorwaardelijke beëindiging wordt ingeschat als hoog, omdat het vanuit een voorwaardelijke beëindiging lastiger is om (vroeg)tijdig in te grijpen bij eventuele (dreigende) risico’s. Gelet op het moeizame verloop van de huidige maatregel, de ongemotiveerde en inactieve houding van betrokkene en de complexe uitstroom naar een vervolgvoorziening, is een vervolgstap naar een voorwaardelijke beëindiging op dit moment niet passend. De reclassering ziet geen mogelijkheden om de risico’s te beperken of het gedrag van betrokkene te veranderen in het kader van een voorwaardelijke beëindiging.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met één jaar te verlengen gebleven.

5.Het standpunt van de verdediging

Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij wenst dat de tbs wordt beëindigd. De tbs duurt al jaren en hij ervaart daardoor veel stress. De rapporten zijn gebaseerd op onjuiste interpretaties en leugens. Hij heeft zich altijd goed gedragen en past zich aan waar nodig. Hij is een normaal persoon en is niet afhankelijk van medicatie.
De verdediging heeft afwijzing van de vordering bepleit en verzocht de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel uit te spreken. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat naarmate de tbs langer duurt, er hogere eisen worden gesteld aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Daar komt bij dat beide gedragsdeskundigen concluderen dat het recidivegevaar gering is, maar dat wel van belang wordt geacht dat er naar een woonplek wordt gezocht waarin betrokkene kan worden begeleid. Uit de afgelopen verlengingsbeslissing en tevens de beslissing van het gerechtshof volgt dat van de tbs-instelling wordt verwacht dat zij voortvarend te werk zal gaan en de reclassering bij het gehele traject zal betrekken. De reclassering is pas zeer recent betrokken geraakt bij deze zaak. Indien de reclassering eerder betrokken was geraakt, kon er tijdig worden gekeken naar geschikte woonplekken. Het is momenteel een herhaling van zetten, waarbij wederom de vraag voorligt of het proportioneel en subsidiair is om de tbs te verlengen.
Subsidiair wordt verzocht de beslissing voor ten hoogste drie maanden aan te houden ex artikel 6:6:13, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Zodoende kan aan de gedragsdeskundigen worden gevraagd om een oordeel te vormen over de hernieuwde diagnostiek. Daarnaast kan aan de reclassering opdracht worden gegeven om een vernieuwd maatregelenrapport op te stellen.

6.Het oordeel van de rechtbank

Ontvankelijkheid
De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, omdat zij in eerste aanleg
kennis heeft genomen van de misdrijven ter zake waarvan de tbs is gelast. De vordering is
tijdig ingediend, dat wil zeggen niet eerder dan twee maanden en niet later dan één maand
voor het tijdstip waarop de tbs door tijdsverloop zou eindigen. De officier van justitie is
ontvankelijk in de vordering.
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De rechtbank stelt vast dat de diagnostiek en classificatie recentelijk door de tbs-instelling zijn herzien en aangepast, waaruit volgt dat niet langer sprake is van schizofrenie en een licht verstandelijke beperking. Daarentegen is wel sprake van een narcistische- en antisociale persoonlijkheidsstoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis en een ongespecificeerd schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis. Zodoende wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijk criterium. Het recidivegevaar wordt binnen dit huidige begeleidingskader ingeschat als laag. Echter, bij (voorwaardelijke) beëindiging van de maatregel wordt het recidiverisico ingeschat als hoog, mede gezien de huidige ontregeling van betrokkene. Dat maakt dat aan de wettelijke criteria voor een verlenging van de tbs-maatregel is voldaan en dat de vordering van de officier van justitie in beginsel voor toewijzing gereed ligt.
Aanhouding van de beslissing?
Uit de adviezen van de tbs-instelling en de reclassering en het verhandelde ter zitting komt naar voren dat een voorwaardelijke beëindiging op dit moment niet aan de orde is. Daarnaast zijn de adviezen voldoende onderbouwd en met redenen omkleed. De rechtbank acht zich voldoende geïnformeerd en ziet dan ook geen aanleiding om de beslissing tot verlenging van de tbs aan te houden.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene wordt verlengd met één jaar.

7.De beslissing

De rechtbank
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van
betrokkenemet
éénjaar;
Deze beslissing is genomen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter, en mr. P.W.G. de Beer en mr. N. van der Hoeven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 februari 2026.
De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.