Betrokkene is sinds 7 maart 2007 ter beschikking gesteld met verpleging van overheidswege na een veroordeling voor ernstige strafbare feiten. De tbs-maatregel is reeds meerdere malen verlengd, de laatste keer op 14 maart 2025. De officier van justitie verzocht opnieuw om verlenging met één jaar.
De tbs-instelling en de reclassering adviseerden beiden de verlenging van de maatregel. De tbs-instelling concludeerde dat betrokkene niet langer schizofreen is, maar wel lijdt aan een narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis en een ongespecificeerd schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis. Betrokkene is psychisch kwetsbaar en afhankelijk van een gestructureerde en corrigerende omgeving om terugval in crimineel gedrag en drugsgebruik te voorkomen. De reclassering benadrukte het hoge risico op recidive en het gebrek aan probleem- en ziekte-inzicht.
Betrokkene wenste beëindiging van de maatregel, stellende dat hij stabiel is en geen medicatie nodig heeft. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, omdat het recidivegevaar bij beëindiging hoog is en voortvloeit uit een ziekelijke stoornis. De adviezen waren voldoende onderbouwd en er was geen aanleiding tot aanhouding van de beslissing.
De rechtbank verlengde de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege met één jaar, waarbij de voorzitter niet medeondertekende. De beslissing werd uitgesproken op 25 februari 2026.