Partijen zijn broers en enige erfgenamen van hun vader, die in 2022 is overleden. Er bestaat een geschil over de omvang en verdeling van de nalatenschap. Eisers vorderen onder meer betaling van bedragen die volgens hen onrechtmatig door gedaagde aan de nalatenschap zijn onttrokken, en medewerking aan de verdeling van bankrekeningen en verkoop van een perceel grond.
Gedaagde betwist de vorderingen en stelt dat de overgemaakte bedragen door vader zelf zijn bepaald en dat hij de overnamesom van het bedrijf aan vader heeft betaald. De rechtbank stelt vast dat vader wilsbekwaam was en zelf zijn financiën beheerde, en dat de stellingen van eisers onvoldoende zijn onderbouwd.
De primaire en subsidiaire vorderingen tot vergoeding worden afgewezen wegens gebrek aan juridische grondslag. De voorwaardelijke vordering tot betaling van €300.000,- is niet ontvankelijk omdat de voorwaarde niet is vervuld. De vorderingen tot medewerking aan verdeling van bankrekeningen en verkoop van grond worden eveneens afgewezen wegens ontbreken van belang.
Eisers worden veroordeeld in de proceskosten van €14.081,-, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.