ECLI:NL:RBZWB:2026:1256

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
C/02/443985 / FA RK 26-223
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 januari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1946, die lijdt aan dementie. Betrokkene verzet zich tegen opname, maar de thuissituatie is problematisch en 24-uurs zorg kan niet worden geboden.

Tijdens de zitting werden betrokkene, haar advocaat, casemanager, mentor, dochter en een medewerker van de thuiszorg gehoord. De casemanager gaf aan dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder verwaarlozing en risico op misbruik. De dochter steunt het verzoek en betrokkene weigert vrijwillig mee te gaan.

De rechtbank concludeerde dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, dat betrokkene zich verzet en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. Daarom werd de machtiging voor zes maanden toegekend, geldig tot 26 juli 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443985 / FA RK 26-223
Datum uitspraak: 26 januari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 14 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [naam 1] , casemanager;
  • mevrouw [naam 2] , mentor;
  • mevrouw [naam 3] , dochter;
  • mevrouw [naam 4] , medewerker [thuiszorgorganisatie] .
1.3.
Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord:
- mevrouw [naam 5] , kleindochter van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat zij niet zomaar weg wil omdat ze thuis alles bij de hand heeft. Betrokkene is van mening dat alles wordt overdreven. Betrokkene gaat af en toe naar het buurthuis om koffie te drinken en met vriendinnen naar het centrum. Betrokkene is van mening dat het een waardeloos verzoek is en ze gaat niet verhuizen. Wel wil ze bij haar dochter gaan wonen, hoewel deze het druk heeft met haar werk (dochter geeft tijdens het gesprek meerdere malen aan dat zij niet meer werkt en met pensioen is).
4.2.
De dochter van betrokkene geeft aan dat zij het eens is met het verzoek en wil dat betrokkene naar [plaats] verhuist. Volgens de dochter gaat betrokkene dan vrijwillig mee. Daarnaast vraagt de dochter van betrokkene zich af of het een optie is dat zij haar moeder in huis neemt.
4.3.
De casemanager voert, samengevat, aan dat betrokkene steeds verder achteruitgaat. Betrokkene heeft een groot vertrouwen in mensen en dit baart de casemanager zorgen doordat iedereen misbruik van haar kan maken. Betrokkene houdt de zorg af. De grens in de thuissituatie is inmiddels bereikt, er kan niets meer worden ingezet. Het steunsysteem om haar heen laat eveneens steeds meer los, aldus de casemanager. Na de vorige mondelinge behandeling is onderzocht of betrokkene op vrijwillige basis naar [plaats] meegaat, maar betrokkene geeft een duidelijk wisselend beeld. Het is niet gelukt haar op vrijwillige basis daar te plaatsen. Na de vorige zitting zijn er nog nieuwe voorvallen geweest (o.a. herhaaldelijk bellen huisarts terwijl er niets aan de hand is)
4.4.
De mentor verklaart dat betrokkene altijd heeft aangegeven in [woonplaats] te willen blijven wonen.
4.5.
De medewerker van [thuiszorgorganisatie] vertelt dat zij betrokkene ondersteunt door leuke dingen te doen. Betrokkene is volgens haar geen gevaar voor zichzelf en doet ook geen gekke dingen. Alleen een probleem zou kunnen zijn dat veel mensen zich aan haar kunnen irriteren als zij om hulp vraagt. Volgens de medewerker is de irritatie in het buurthuis niet meer aanwezig.
4.6.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek omdat het ernstig nadeel meevalt en dit de opname niet rechtvaardigt. Daarnaast kan het vrijwillige pad nog bewandeld worden. De advocaat verzoekt eveneens om geen mondelinge uitspraak te doen maar een uitspraak binnen de beslistermijn.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokken onder invloed van een ander raakt en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene om hulp vraagt aan onbekende mensen. Betrokkene oogt verzorgd, maar wordt wekenlang in dezelfde kleding gezien door de hulpverleners. Daarnaast is betrokkene erg in gewicht afgevallen, omdat zij niet op vaste tijden et en drinkt. Betrokkene belt veelvuldig aan bij mensen om haar te helpen, wat leidt tot irritatie en boze reacties van mensen. Voorts is betrokkene niet meer in staat tot het doen van haar eigen huishouden.
5.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.
5.5.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Betrokkene geeft tijdens consultaties luid en duidelijk aan niet te begrijpen waarom zij zou moeten verhuizen naar een verpleeghuis.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Er is dan geen ander alternatief dan opname van betrokkene.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 juli 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 9 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.