ECLI:NL:RBZWB:2026:1257

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
C/02/444028 / FA RK 26-246
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg van twaalf maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 januari 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden. Het verzoek was ingediend door de officier van justitie op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan meerdere stoornissen, waaronder autismespectrumstoornissen, schizofreniespectrumstoornissen en verslavingsstoornissen, die leiden tot ernstig nadeel zoals zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige en twee verbalisanten. Betrokkene erkende deels zijn gebruik en problemen, maar ontkende de ernst van zijn psychotische stoornis en weigerde medicatie. De sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bevestigde de noodzaak van zorg en de motivatie van betrokkene voor een vrijwillige opname, hoewel medicatie een punt van discussie bleef.

De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De toegewezen zorg omvat medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid van betrokkene. De machtiging geldt tot en met 26 januari 2027 en is in het openbaar uitgesproken door rechter Janssen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en medische controles vanwege ernstig nadeel door psychische stoornissen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444028 / FA RK 26-246
Datum uitspraak: 26 januari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [naam] , sociaalpsychiatrisch verpleegkundige;
  • twee verbalisanten.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 17 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat hij een paar keer in de week gebruikt en probeert om minder te blowen, maar dit gaat op en af. Betrokkene vertelt verder dat slapen op dit moment niet goed gaat omdat hij veel nadenkt en last heeft van energieën. Op dit moment gebruikt betrokkene geen medicatie omdat hij wil proberen om zonder medicatie door het leven te gaan. Betrokkene is van mening dat er niet echt iets aan de hand is.
4.2.
De sociaalpsychiatrisch verpleegkundige verklaart dat betrokkene lijdt aan een autismestoornis waarbij er bij overvraging psychotische klachten naar boven komen. Betrokkene heeft dan last van stemmen in zijn hoofd. Betrokkene is nu gemotiveerd voor een vrijwillige opname om te detoxen en zijn slaap te herstellen, aldus de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige. Betrokkene zit op dit moment hartstikke goed in de samenwerking, waarbij het enige meningsverschil over de medicatie gaat. Tijdens de opname wordt er ook gekeken naar de medicatie.
4.3.
De advocaat geeft aan dat zij blij is met hoe betrokkene erbij zit ten opzichte van de mondelinge behandeling van zes maanden geleden. Betrokkene geeft aan het liefst vrijwillig zorg te willen ontvangen, maar heeft ook geen bezwaar tegen een zorgmachtiging. Betrokkene is gemotiveerd maar een enkele keer lukt het ook niet. De advocaat refereert zich dan ook aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen.
5.3.
Deze stoornissen veroorzaken ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat met name uit ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat er bij betrokkene sprake is van zelfverwaarlozing. Betrokkene komt tot niets, verzorgt zichzelf niet meer, eet en drinkt slecht en slaapt nauwelijks omdat hij volledig in beslag wordt genomen door zijn psychotische overtuigingen.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene ontkent zijn psychotische stoornis en accepteert geen medicatie omdat hij er de noodzaak niet van inziet. Het ziektebesef en ziekte-inzicht is beperkt aanwezig. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van 12 maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 januari 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 9 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.