Op 8 november 2025 probeerde verdachte een medewerkster van Trekpleister te dwingen geld af te geven door een mes te tonen en te dreigen. Vervolgens stal hij €179,- onder bedreiging van geweld. De rechtbank achtte beide feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van aangifte, camerabeelden en de bekennende verklaring van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is en legde een gevangenisstraf van 500 dagen op, waarvan 488 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 240 uur. De voorlopige hechtenis van 12 dagen werd in mindering gebracht. De straf is mede gebaseerd op de ernst van de feiten en de impact op het slachtoffer, maar ook op de positieve houding van verdachte na arrestatie en zijn medewerking aan hulpverlening.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €640,- materiële schade aan Trekpleister, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 5 februari 2026. Bij niet-betaling kan gijzeling van 6 dagen worden toegepast. De rechtbank legde voorwaarden op voor reclasseringstoezicht en hulpverlening gericht op verslavingsproblematiek en gedragsbeheersing.
De rechtbank benadrukte dat bij het niet naleven van voorwaarden of het plegen van nieuwe strafbare feiten de voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer kan worden gelegd. Hiermee krijgt verdachte een kans om zijn leven te beteren en herhaling te voorkomen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 2 maart 2026.