ECLI:NL:RBZWB:2026:1279

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/02/443470 / JE RK 25-2313
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van twee minderjarigen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging door ouderlijke conflicten en verslavingsproblematiek

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van twee minderjarigen vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door de dynamiek en spanningen tussen de ouders, mede veroorzaakt door de drugsverslaving van de vader.

Tijdens de zitting gaven beide ouders hun standpunten weer. De moeder benadrukte de impact van het verleden en het trauma bij de kinderen, terwijl de vader zijn herstelproces toelichtte en de juistheid van de melding betwistte. De gecertificeerde instelling bevestigde de ernst van de situatie en de noodzaak van intensieve begeleiding.

De kinderrechter concludeerde dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de kinderen te beschermen en de ouders te begeleiden. De beschikking geldt voor de duur van een jaar, met directe inzet van een tweede jeugdbeschermer en duidelijke doelen gericht op stabiliteit, contactregeling en verbetering van de opvoedingssituatie.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarigen onder toezicht voor de duur van een jaar met prioritaire hulpverlening en een uitvoerbare beschikking.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443470 / JE RK 25-2313
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zeeland–West-Brabant, locatie Breda ,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
  • een vertegenwoordiger van de Raad;
  • een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 2] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .
2.2.
[minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij hun moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
In het verzoekschrift en de daarbij gevoegde onderbouwing in het raadsrapport is het verzoek en het standpunt van de Raad toegelicht. Tijdens de zitting is namens de Raad, samengevat, aangegeven dat hetgeen door de ouders is aangevoerd dit standpunt niet anders maakt. Beide kinderen zijn belast met alle gebeurtenissen en de dynamiek tussen de ouders. Dat laatste is de grootste zorg. De moeder wordt daar zo door in beslag genomen dat zij niet meer emotioneel beschikbaar is voor de kinderen. Dit kan worden gezien als emotionele verwaarlozing. Van belang is dat de vader aan zichzelf gaat werken. Ook is het belangrijk voor de kinderen dat er duidelijkheid ontstaat over de relatie van de ouders. Wanneer zij ervoor kiezen om samen verder te gaan dan dient relatietherapie te worden ingezet. Als de ouders niet samen blijven moeten zij werken aan gezamenlijk ouderschap. In het vrijwillige kader is veel geprobeerd. De ouders willen daaraan meewerken maar uiteindelijk lukt dit hen niet. In het kader van een ondertoezichtstelling kan de nodige verplichte hulp worden ingezet. Verder is relevant dat er snel afspraken worden gemaakt over het contact tussen de vader en de kinderen.
4.2.
Door de moeder is samengevat naar voren gebracht dat er de afgelopen jaren veel gebeurd is. De kinderen hebben veel meegemaakt. Het opgelopen trauma moeten zij gaan verwerken. Bij de vader was sprake van een extreme drugsverslaving, waardoor hij heel ander gedrag liet zien. De vader heeft de kinderen echter nooit iets aangedaan. Hij is op enig moment zelf en zonder hulp afgekickt. Wel had hij gesprekken bij Novadic-Kentron, waarbij zij steeds met hem meeging. De moeder geeft aan dat het in november 2025 slecht ging tussen hen. Precies op dat moment is er aan de bel getrokken en zijn de kinderen uit huis geplaatst. De situatie is nu echter rustiger. Eerder heeft zij aangegeven dat zij nog twijfelt aan het drugsgebruik van de vader maar de drugstests zijn nu steeds negatief en dat wekt vertrouwen. De moeder stelt dat zij en de vader nu apart wonen. Hij valt haar niet meer lastig. De aangifte die zij tegen de vader heeft gedaan heeft zij ingetrokken. De kinderen hebben de vader nu tien weken niet gezien en zij missen hem erg. Ondanks alles hebben zij en de vader wel altijd goed contact gehad. Zij zijn uit elkaar geweest en ook weer samen gekomen. De ouderrelatie is volgens de moeder goed. De situatie is voor de moeder nu erg onduidelijk. Er zijn veel mensen betrokken geweest. De vader en zij willen graag handvatten krijgen om goed de toekomst in te gaan maar deze krijgen zij niet. Zij heeft zelf hulp gezocht. Deze hulpverlening vanuit WijzijnBASE is nog bij haar betrokken. Er is nog het nodige werk aan de winkel, aldus de moeder.
4.3.
De vader heeft samengevat aangegeven dat de GI op 17 november 2025 een melding gemaakt heeft. Hierin zijn echter veel leugens opgenomen. Zo staat vermeld dat hij vuurwapengevaarlijk zou zijn en dat hij heeft gezegd: “Als ik de kinderen niet kan hebben, dan jij ook niet.”. De vader betwist dat stellig. De melding is bewust verzwaard met feiten die niet gebeurd zijn. Als de dingen eerlijk verlopen waren, waren de kinderen niet uit huis geplaatst. Hij heeft een klacht ingediend tegen de betrokken jeugdbeschermer Kelly Boersma. De vader bevestigt dat hij ten tijde van zijn drugsverslaving een heel ander persoon was. Hij had de doodsbedreiging naar de moeder nooit moeten uiten. Tijdens zijn verslaving is hij een tiran geweest maar nu is hij weer helder. De vader stelt dat hij per 1 februari 2026 alleen woont op zijn woonplek. Van daaruit wil hij kijken hoe hij met de moeder de toekomst in wil. Hij heeft gesprekken bij Novadic-Kentron en hij staat op de wachtlijst voor traumaverwerkingstherapie en diagnostisch onderzoek. Van daaruit wordt gekeken wat het meest passend voor hem is. De vader betwist dat hij geweigerd heeft om mee te werken aan drugstesten. Dit is hem nooit gevraagd. Hij heeft zelf het initiatief genomen voor een haartest. De vader stelt dat hij wat sceptisch tegenover de ondertoezichtstelling staat maar dat hij de bescherming wel begrijpt. Hij wil echter dat de Raad nader onderzoek verricht omdat er teveel onwaarheden in de melding staan. Dit geeft de kinderrechter een verkeerde indruk, vindt de vader.
4.4.
Van de zijde van de GI is te kennen gegeven dat bij toewijzing van het verzoek een tweede jeugdbeschermer zal worden aangesteld. Hoewel er sprake is van een wachtlijst bij de GI zal deze zaak worden geprioriteerd en direct worden opgepakt. Er zullen onder andere afspraken over het contact tussen de vader en de kinderen worden gemaakt. De vertegenwoordiger van de GI merkt op dat zij bij het lezen van het raadsrapport is geschrokken van wat de kinderen hebben meegekregen. Dat moet stoppen. Zij begrijpt dat er veel gebeurd is onder invloed van de drugsverslaving van de vader maar het is niet oké wat er gebeurd is. De kinderen zijn erheel duidelijk over in hoeverre zij belast zijn. Daarbij hebben zij het niet over één incident. Ook moeten de ouders stoppen met het steeds verbreken en weer oppakken van hun relatie. Dit is zorgelijk en niet goed voor de kinderen. De ouders hebben relatietherapie nodig, dan wel begeleiding bij het vestigen van een gezonde ouderschapsrelatie.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wordt ernstig bedreigd. De ernst van de situatie is met name gebleken door de uitlatingen van de kinderen bij de Raad. Uit de stukken en de behandeling ter zitting komt naar voren dat de kinderen in hun nog jonge leven al veel hebben meegemaakt. Er zijn grote zorgen over de relatie van en de dynamiek tussen de ouders. Beide ouders hebben tijdens de zitting verklaard dat er bij de vader sprake is/was van een drugsverslaving waardoor hij in negatieve zin een ander persoon werd. De kinderen zijn voortdurend geconfronteerd met spanningen en ruzies tussen de ouders en worden belast met volwassen zaken. Zij zijn grotendeels op de hoogte van wat er speelt tussen de ouders en zij zijn betrokken in het wantrouwen en de zorgen die beide ouders over de andere ouder hebben. Hierdoor komen de kinderen tussen de ouders in te staan. De kinderen ervaren fysieke klachten vanwege spanningen. Door de spanningsvolle relatie tussen de ouders ontbreekt het de kinderen al langere tijd aan de (emotionele) beschikbaarheid van moeder. Door alles wat er gebeurt heeft zij (te) weinig aandacht voor de kinderen. Daarnaast ontbreekt er nog zicht op de verslavingsproblematiek van de vader. De vader geeft aan op eigen kracht te zijn afgekickt en zegt clean te zijn. Hij heeft gesprekken met Novadic-Kentron en hij staat op de wachtlijst voor therapie en diagnostisch onderzoek, maar naast de op initiatief van de vader afgenomen haartest worden geen urinecontroles gedaan. Verder is er sinds november 2025 geen enkel contact tussen de vader en de kinderen en ontbreekt de voortgang in het herstel van dat contact.
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De kinderrechter neemt daarbij in aanmerking dat in dit kader al intensieve hulpverlening is ingezet. Desondanks lukt het de ouders niet om hun strijd bij de kinderen weg te houden en om verandering aan te brengen in de situatie. Er komt tot op heden onvoldoende rust in de thuissituatie, waardoor er niet kan worden ingezet op hulp voor de kinderen en de ouders onvoldoende kunnen profiteren van hulp gericht op duurzame verandering.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. Voor de kinderrechter is aan de hand van de stukken en het besprokene ter zitting duidelijk geworden dat er sprake is van ernstige problemen. Zoals hiervoor al is overwogen gaan de problemen in het vrijwillige kader niet opgelost worden. Gedoeld wordt met name op:
- het op dit moment volledig ontbreken van contact tussen de vader en de kinderen;
- het volgen en begeleiden van de vader daar waar nodig tot zijn volledige herstel;
- het vinden en bieden van passende opvoedingsondersteuning voor de moeder, welke ondersteuning ook haar draagkracht dient te bevorderen;
- het intensief begeleiden van de ouders in het vinden van de juiste weg van het omgaan met elkaar, zodat zij positief beschikbaar kunnen zijn voor hun kinderen.
Ter zitting is ook duidelijk geworden dat bij ingang van de ondertoezichtstelling er zonder wachttijd een (tweede) jeugdbeschermer beschikbaar zal zijn. Deze prioritering duidt eveneens op de ernst van de situatie en de problematiek. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de duur van de ondertoezichtstelling een jaar behoort te zijn. Daarbij wordt aangetekend dat de kinderrechter er wel vertrouwen in heeft dat bij acceptatie van de inzet en hulp die vanuit de GI geboden zal worden een ondertoezichtstelling voor die duur ook voldoende zal kunnen zijn.
5.5.
Binnen de ondertoezichtstelling dient te worden gewerkt aan de volgende doelen, zoals opgenomen in het raadsrapport:
 Een eerste stap is het vastleggen van duidelijke en werkbare afspraken over het
contact tussen vader en de kinderen. Deze omgangsregeling moet afgestemd zijn
op wat haalbaar, veilig en in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] is.
Voor beide ouders is het essentieel dat zij deze afspraken naleven, zodat er
stabiliteit en voorspelbaarheid komt in het leven van de kinderen. Tegelijkertijd
moet er een eind komen aan de huidige manier van communiceren tussen ouders.
Verwijten, bedreigingen en onderlinge spanningen zorgen voor een onveilige sfeer
en brengen schade toe aan de ontwikkeling van de kinderen. Ouders zullen
moeten leren op een respectvolle, kindgerichte manier met elkaar om te gaan.
 Daarnaast is het noodzakelijk dat er een helder beeld ontstaat van de mentale
gezondheid van vader, evenals eventuele verslavingsproblematiek. Dit is nodig
om de risico’s voor de kinderen goed in kaart te kunnen brengen en passende
vervolgstappen te bepalen. Vader dient hierin openheid van zaken te geven en
actief mee te werken aan onderzoek en eventuele behandeling.
 Bij moeder ligt de focus op het verkrijgen van inzicht in haar
opvoedvaardigheden. Door middel van de inzet van ‘goed genoeg ouderschap’
kan worden beoordeeld in hoeverre zij in staat is de kinderen de structuur,
veiligheid en stimulatie te bieden die zij nodig hebben. Door de huidige situatie
oogt moeder momenteel uit balans als opvoeder. Het is wenselijk dat de kinderen
meer worden gestimuleerd in hun ontwikkeling door middel van afwisselende,
leeftijdsadequaat activiteiten en een duidelijke dagstructuur.
Het is wenselijk dat er een goed beeld komt van de draagkracht van moeder, die
op dit moment alleen de zorg draagt voor vier kinderen. Het is belangrijk dat
hierbij ook wordt gekeken naar de praktische en emotionele belastbaarheid van
moeder, zodat passende ondersteuning ingezet kan worden als blijkt dat de zorg
te zwaar is.
 School geeft aan dat de aanhoudende negatieve communicatie tussen ouders
onderling zeer schadelijk is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , school denkt dat het goed is als
een onafhankelijke partij hier voorschriften voor vast gaat leggen zodat er rust
komt voor de minderjarigen.
De doelen specifiek gezien vanuit de minderjarigen:
 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ervaren bij beide ouders emotionele veiligheid om zich
te kunnen uiten en zij kunnen onbelast het contact aangaan en
onderhouden met de andere ouder; zij kunnen zichzelf zijn in het contact met beide ouders en zich vrij voelen om positief over de andere ouder te vertellen (niet het gevoel hebben te moeten kiezen).
 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ervaren duidelijkheid over de omgangsmomenten en
afspraken en het contact met vader; ouders maken hier duidelijke,
structurele afspraken over, samen met hulpverlening/netwerk. Ook
moeten er duidelijke afspraken komen over wat er tijdens het contact wel
of niet met de kinderen besproken kan/mag worden.
 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voelen de ruimte en mogelijkheid bij een neutrale
partij/vertrouwenspersoon om zich blijvend te kunnen en mogen uiten in
hun zorgen, behoeften, onzekerheden en emoties.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 27 januari 2026 tot 27 januari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.