Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van 20 augustus 2025 tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA van een (ex-)werknemer. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 18 oktober 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV heeft aangegeven dat het onderzoek nog niet is afgerond en dat het onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van tijdige beslissing te waarborgen.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 januari 2026.