ECLI:NL:RBZWB:2026:1283
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek maatschappelijke opvang wegens enkel huisvestingsprobleem
Verzoeker, een 20-jarige Nederlandse van Somalische afkomst, keerde recent terug uit Kenia en vroeg maatschappelijke opvang aan op grond van de Wmo 2015. Hij verbleef tijdelijk bij familie en vrienden en ontving opvang van 26 januari tot 4 februari 2026. Het college wees zijn aanvraag af omdat er geen sprake was van een hulpvraag binnen de Wmo, maar enkel van een huisvestingsprobleem.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker weliswaar een spoedeisend belang had, maar dat hij zelfredzaam is en geen intensieve begeleiding of hulp nodig heeft. De praktische problemen die verzoeker ervaart, zoals het regelen van inschrijving en huisvesting, zijn onvoldoende om maatschappelijke opvang toe te kennen. De Wmo 2015 is niet bedoeld om enkel huisvestingsproblemen op te lossen.
Verzoekers beroep op het gelijkheidsbeginsel en artikel 1 Grondwet Pro werd verworpen omdat het college op basis van objectieve criteria handelde. Ook de verzoeken om daklozenuitkering en bijzondere bijstand werden niet toegewezen omdat deze niet onderwerp van het bestreden besluit waren.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit van het college standhoudt en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoeker kan het besluit op bezwaar afwachten. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker geen hulpvraag in het kader van de Wmo 2015 heeft en enkel een huisvestingsprobleem kent.