ECLI:NL:RBZWB:2026:1294
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring dagvaarding wegens ontbreken toestemming verkorting termijn
Op 13 februari 2026 behandelde de rechtbank Zeeland-West-Brabant de zaak tegen verdachte, die preventief gedetineerd was. De dagvaarding dateerde van 12 februari 2026 en werd voorafgaand aan de zitting aan verdachte betekend. Echter, verdachte had geen toestemming gegeven voor verkorting van de dagvaardingstermijn zoals vereist volgens artikel 265, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet in deze zaak was verschenen en dat daardoor de nietigheid van de dagvaarding niet was gedekt. Dit leidde tot de conclusie dat de dagvaarding nietig was. De zaak werd gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met andere zaken van verdachte en medeverdachten.
De rechtbank verklaarde de dagvaarding nietig en wees erop dat dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer, waarbij de voorzitter en rechters aanwezig waren. De griffiers waren eveneens aanwezig, maar enkele rechters konden het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig wegens het ontbreken van toestemming voor verkorting van de dagvaardingstermijn.