Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van 28 november 2025, ontvangen op 15 januari 2026;
- de stelbrief van mr. R.G.J. van Kerkhof van 7 januari 2026;
- het bericht van de GI, met bijlagen, van 16 januari 2026;
- het e-mailbericht van de vader van 21 januari 2026, waarin hij aangeeft niet naar de zitting te zullen komen;
- het bericht van de advocaat van de moeder van 22 januari 2026, onder meer inhoudende dat zij niet aanwezig zullen zijn en dat er schriftelijk een beschikking kan worden gewezen;
- het bericht van [minderjarige] van 27 januari 2026, inhoudende dat hij niet naar het kindgesprek komt;
- het bericht van de rechtbank van 27 januari 2026 aan de vader, de advocaat van de moeder en de GI, inhoudende dat de zaak niet schriftelijk zal worden afgedaan en dat partijen worden verzocht ter zitting te verschijnen;
- het bericht van de vader van 2 februari 2026, inhoudende een reactie op het bericht van de rechtbank van 27 januari 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de GI
5.Het standpunt van belanghebbenden
6.De beoordeling
een laatste kansis voor [minderjarige] en hoopt dat dit hem motiveert om door te zetten bij alles dat nu in gang wordt gezet voor hem.
uiterlijk op genoemde pro forma datumde kinderrechter in een schriftelijk verslag, met een afschrift daarvan aan de moeder en haar advocaat en de vader, te informeren over de actuele stand van zaken ten aanzien van:
7.De beslissing
tot 23 maart 2026 PRO FORMAin afwachting van de informatie van de GI zoals weergegeven onder rechtsoverweging 6.5;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.