Belanghebbende maakte bezwaar tegen een hernieuwd bevel tot betaling van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2015, inclusief explootkosten van €18. De ontvanger verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelt dat deze niet-ontvankelijkverklaring onterecht was voor het bezwaar tegen de explootkosten, maar dat het bezwaar inhoudelijk ongegrond is omdat de explootkosten terecht zijn berekend.
Belanghebbende betaalde de aanslag niet binnen de gestelde termijnen, ondanks aanmaning en dwangbevel. De rechtbank is niet bevoegd om inhoudelijk te oordelen over het dwangbevel of de tenuitvoerlegging daarvan; daarvoor is de civiele rechter bevoegd. Het verzoek van belanghebbende om vergoeding van proceskosten en immateriële schade wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze ziet op de explootkosten, verklaart het bezwaar ongegrond en bepaalt dat de ontvanger het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. De uitspraak is onherroepelijk na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep.