ECLI:NL:RBZWB:2026:1342

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444274 / JE RK 26-122
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Duinhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking en afwijzing restant verzoek machtiging gesloten jeugdhulp

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging voor verblijf van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Eerder waren reeds machtigingen verleend en verlengd, waaronder een spoedmachtiging en een machtiging voor de periode 28 januari tot 28 februari 2026.

De GI heeft het resterende deel van haar verzoek ingetrokken na ontvangst van een briefrapportage waarin werd gemeld dat de hulpverlening de benodigde behandeling kan starten per 23 februari 2026 in een vrijwillige opname. Hierdoor is de machtiging gesloten jeugdhulp niet langer noodzakelijk.

De kinderrechter wijst het resterende deel van het verzoek af en stelt dat een inhoudelijke beoordeling niet meer nodig is. De geplande zitting komt te vervallen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na dagtekening.

De procedure toont een zorgvuldige afweging van de belangen van de minderjarige en de betrokken partijen, waarbij de GI haar verzoek aanpast aan de actuele situatie van de hulpverlening.

Uitkomst: Het restant van het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp is afgewezen na intrekking door de gecertificeerde instelling.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444274 / JE RK 26-122
Datum uitspraak: 19 februari 2026
nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] (België), hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat: mr. M. Kalle te Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende te [woonplaats 2] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter van 28 januari 2026 en de daarin vermelde stukken;
- de briefrapportage van de GI d.d. 17 februari 2026.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van 4 april 2019 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 4 april 2019 en tot 4 april 2020. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 8 augustus 2026.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 4 november 2020 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 4 november 2020 en tot 4 oktober 2021. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 8 april 2026, onder aanhouding van het restant.
2.4.
Bij beschikking van 20 januari 2026 heeft de kinderrechter zonder het horen van de belanghebbenden een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 20 januari 2026 en tot 3 februari 2026. Het resterende deel van het hiertoe strekkende verzoek is aangehouden.
2.5.
Bij beschikking van 28 januari 2026 heeft de kinderrechter onder afwijzing van het resterende deel van het spoedverzoek een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 28 januari 2026 en tot 28 februari 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

3.Het (resterende) verzoek en de beoordeling

3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen voor verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De kinderrechter heeft bij voornoemde beschikking van 28 januari 2026 reeds deels beslist op dit verzoek, te weten voor de periode met ingang van 28 januari 2026 en tot 28 februari 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
3.3.
Op 17 februari 2026 is van de GI een briefrapportage ontvangen, waarin zij de kinderrechter informeert over de recente ontwikkelingen in de onderhavige procedure en waaruit blijkt dat de [hulpverlening] de behandeling kan gaan geven die zij nodig heeft. Zij kan hier starten op 23 februari 2026. Het betreft een interne behandeling in combinatie met een vrijwillige opname. De verzochte machtiging gesloten jeugdhulp is dan ook niet langer nodig. De GI trekt daarom het resterende deel van haar verzoek in.
3.4.
Nu het resterende deel van het verzoek is ingetrokken, is een inhoudelijke beoordeling en beslissing van de kinderrechter niet meer nodig. Het restant van het verzoek zal daarom worden afgewezen. De geplande zitting op 25 februari 2026 komt hiermee te vervallen.

4.De beslissing

De kinderrechter:
4.1.
wijst het resterende deel van het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.