ECLI:NL:RBZWB:2026:1367

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
BRE 24/6103
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 WaboArt. 2.12 WaboArt. 4.3 Invoeringswet OmgevingswetArt. 8:69a AwbArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen omgevingsvergunning voor telecommunicatiemast nabij woonwijk en monument

Eiseres maakte bezwaar tegen de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen verleende omgevingsvergunning aan vergunninghoudster Althio I B.V. voor het plaatsen van een 40 meter hoge telecommunicatiemast nabij haar woning en een rijksmonument.

De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft behandeld zonder voorafgaande participatie, omdat de Wabo geen participatieplicht kent en de beleidsnota slechts een niet-bindend voorbeeld is. De gezondheidsrisico’s zijn beoordeeld aan de hand van adviezen van de Gezondheidsraad en ICNIRP-limieten, waarbij metingen aantonen dat de blootstelling ruim onder de limieten blijft. De vrees voor cumulatieve effecten en de verwijzing naar WHO-onderzoek bieden onvoldoende grond om het besluit te vernietigen.

Verder is het beroep op het belang van het monument afgewezen wegens het relativiteitsvereiste en onvoldoende direct belang van eiseres. De visuele impact op het Natuur Netwerk Brabant is zorgvuldig afgewogen door het college. Alternatieve locaties zijn niet aannemelijk minder bezwaarlijk gebleken. Welstandstoetsing was niet vereist omdat het gebied welstandsvrij is. Het beroep wordt ongegrond verklaard, met afwijzing van griffierecht en proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de telecommunicatiemast wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/6103

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen, het college.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Althio I B.V. uit Vianen (vergunninghoudster).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een door het college aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van een telecommunicatiemast aan de [adres 1] . Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand daarvan beoordeelt de rechtbank de verlening van de omgevingsvergunning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 11 juni 2024 op het bezwaar van eiseres laat het college de aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning in stand.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 10 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en [gemachtigde] namens het college.
2.3.
De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten
3. Vergunninghoudster is een onderneming op het gebied van telecominfrastructuur. Op 13 juli 2023 heeft zij een aanvraag bij het college ingediend voor het bouwen van een telecommunicatiemast ter vervanging van antenne-opstelpunten in hoogspanningsmasten op het kadastrale perceel [nummer] (nabij [adres 1] ) in [woonplaats] . De telecommunicatiemast heeft een bouwhoogte van 40 meter en is bedoeld voor Vodafone en KPN.
3.1.
Het college heeft met het besluit van 13 oktober 2023 aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten: het bouwen van een bouwwerk en het afwijken van het bestemmingsplan.
3.2.
Eiseres Zij woont aan [adres 2] in [woonplaats] . De woning van eiseres is op ongeveer 190 meter van de telecommunicatiemast gesitueerd. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning.
3.3.
Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Het college neemt daarbij het advies van de commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Drimmelen over.
Wettelijk kader
4. Het bestreden besluit is gebaseerd op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Die wet is vervallen als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Uit artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet leidt de rechtbank af dat het oude recht van toepassing blijft op een besluit op een aanvraag die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. De omgevingsvergunning is op 13 juli 2023 aangevraagd en daarom blijft de Wabo van toepassing.
4.1.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
De omgevingsvergunning
5. Op de locatie van de zendmast geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Veegplan I’ (hierna: het bestemmingsplan). Op grond van artikel 15.2.3 van het bestemmingsplan is het plaatsen van een 40 meter hoge mast niet toegestaan.
5.1.
In dit geval is afgeweken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 2, van de Wabo en artikel 4, vijfde lid, Bijlage II Besluit omgevingsrecht. Dit artikel geeft de mogelijkheid een antenne-installatie met een hoogte van maximaal 40 meter te vergunnen, indien dit past in een goede ruimtelijke ordening. Onder een goede ruimtelijke ordening valt onder andere het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden. [1] Gezondheidseffecten en voorzorg kunnen van betekenis zijn bij de door een bestuursorgaan te maken afweging. Het is aan het college om de betrokken belangen zorgvuldig af te wegen en te besluiten of er wel of niet medewerking wordt verleend aan een afwijking van het bestemmingsplan. De rechtbank treedt niet zelf in deze beoordeling, maar toetst of het college in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
5.2.
Het college heeft in het bestreden besluit overwogen dat het bouwplan in de voorliggende vorm niet ruimtelijk onaanvaardbaar is. Het college heeft zich hierbij gebaseerd op de beleidsnota. De afstand tot de dichtstbijzijnde burgerwoning is meer dan 100 meter, de locatie is zoveel mogelijk uit het zicht onttrokken en de netwerkdekking, die ook door hulpdiensten wordt benut, is van essentieel belang.
Participatie
6. Eiseres stelt dat het college de aanvraag zonder participatie niet in behandeling mocht nemen. Volgens eiseres heeft het college ten onrechte de voorbeeldnota ‘Antennebeleid VNG mei 2023’ (hierna: de beleidsnota) niet gevolgd. In deze nota maakt participatie integraal onderdeel van de procedure.
6.1.
De rechtbank volgt eiseres hierin niet. De Wabo kent geen verplichting tot het doorlopen van een participatietraject bij de indiening of behandeling van een aanvraag om omgevingsvergunning. De door eiseres aangehaalde beleidsnota betreft bovendien slechts een niet-bindend beleidsvoorbeeld, waaraan geen afdwingbare verplichtingen kunnen worden ontleend. Het college heeft geen eigen antennebeleid vastgesteld waarin participatie verplicht is gesteld. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college de aanvraag zonder voorafgaande participatie in behandeling heeft mogen nemen. De beroepsgrond slaagt niet.
Gezondheidsrisico’s
7. Eiseres stelt dat het college de vergunning niet had mogen verlenen vanwege de mogelijke gezondheidsrisico’s. Het college heeft volgens haar ten onrechte geen rekening gehouden met de cumulatieve stralingsblootstelling van de bestaande C2000-mast en de nieuwe telecommunicatiemast. Eiseres wijst erop dat “Het internationale agentschap voor onderzoek naar kanker” van de World Health Organization (WHO) in 2011 elektromagnetische straling als mogelijk kankerverwekkend heeft beoordeeld, en dat de overheid erkent dat de negatieve gezondheidseffecten niet volledig uitgesloten kunnen worden. Gelet hierop en de specifieke situatie van haar gezin, waaronder de gediagnostiseerde zeldzame kanker van haar man, had het college volgens eiseres een bredere beoordeling van de totale stralingsbelasting moeten uitvoeren.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat mogelijke gezondheidsrisico’s niet zodanig zijn dat het verlenen van de omgevingsvergunning onverantwoord moest worden geacht. Het college mocht bij de beoordeling van de gezondheidsrisico’s in algemene zin aansluiten bij de adviezen van de Gezondheidsraad en de blootstellingslimieten van de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP). Deze limieten worden op advies van de Raad van de Europese Unie in Nederland gehanteerd.
7.2.
Volgens de Gezondheidsraad is een verband tussen blootstelling aan elektromagnetische velden van antennes en negatieve gezondheidseffecten niet aangetoond en ook niet waarschijnlijk, zolang de ICNIRP-blootstellingslimieten niet worden overschreden. De Gezondheidsraad is een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan dat bij uitstek deskundig is om aan de hand van onderzoek naar blootstellingslimieten de gezondheidsrisico’s in kaart te brengen. Het college heeft gemotiveerd dat de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) metingen heeft verricht naar de stralingssterkte in de wijk rondom de woning van eiseres. Eiseres heeft niet bestreden dat uit deze metingen is gebleken dat de blootstelling ruimschoots onder de door de ICNIRP opgestelde limieten blijft. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar standpunt gewezen op het WHO-onderzoek uit 2011. De rechtbank ziet daarin echter geen wetenschappelijke aanwijzing dat elektromagnetische velden ernstige effecten op de gezondheid hebben, als de blootstellingslimieten niet worden overschreden. Dit onderzoek bevestigt juist het beeld dat uit de beschikbare wetenschappelijke gegevens naar voren komt. Gelet hierop mocht het college, onder verwijzing naar de adviezen van de Gezondheidsraad en de ICNIRP-richtlijnen, concluderen dat gezondheidsrisico’s niet waarschijnlijk zijn zolang de blootstellingslimieten niet worden overschreden. Eiseres heeft met haar verwijzing naar het WHO-onderzoek onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit uitgangspunt onjuist is. Van een gebrek in de besluitvorming is dan ook geen sprake.
7.3.
Voor zover eiseres heeft betoogd dat een milieuvergunning vereist was gelet op het gecombineerde vermogen van de aanwezige masten, overweegt de rechtbank dat het college heeft beslist op de aanvraag die voorlag. Daarin is geen omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit aangevraagd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college daarom terecht geen aanleiding gezien om te beoordelen of een milieuvergunning verleend kon worden.
7.4.
Eiseres heeft ook aangevoerd dat met de verleende omgevingsvergunning een inbreuk wordt maakt op het in artikel 8 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele Vrijheden (EVRM) bedoelde recht op respect voor het privéleven, familie en gezinsleven en de woning. Alleen al omdat, zoals hiervoor overwogen, volgens de Gezondheidsraad niet is aangetoond dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de blootstelling aan elektromagnetische velden enerzijds en de vermindering van het welbevinden en schade aan de gezondheid anderzijds, en het college zich daarop heeft mogen baseren, bestaat geen grond voor het oordeel dat plaatsing van de antennemast een schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert.
7.5.
In reactie op de vrees van eiseres voor de cumulatieve effecten van de bestaande en de nieuwe zendmast, merkt de rechtbank tot slot op dat het college heeft gewezen op een recent door de RDI uitgevoerde meting van 28 oktober 2025 in de wijk rondom de woning van eiseres. Uit deze meting volgt dat de blootstellingslimieten niet worden overschreden, ook niet in combinatie met de bestaande C2000-mast.
Monument en Natuur Netwerk Brabant
8. Eiseres stelt dat de geplande telecommunicatiemast is gelegen direct aan het [rijksmonument] . Volgens eiseres tast de plaatsing van de mast in de directe nabijheid van het monument de beleving en het historische karakter van deze locatie aan. Daarnaast voert eiseres aan dat de mast een negatieve visuele impact zal hebben op de beleving van het aangrenzende Natuur Netwerk Brabant (NNB). Volgens eiseres heeft het college onvoldoende rekening gehouden met de invloed van de telecommunicatiemast op deze gevoelige omgeving.
8.1.
Op grond van artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht kan een besluit niet worden vernietigd wegens strijd met een rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel als deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Dit wordt ook wel het relativiteitsvereiste genoemd.
8.2.
De rechtbank is van oordeel dat het relativiteitsvereiste in dit geval eiseres belet om op te komen voor de belangen van het monument. Tijdens de zitting heeft eiseres toegelicht dat zij een van de beheerders van het monument is en dat zij daar wekelijks werkzaamheden verricht, zoals het maaien van het gras. Naar het oordeel van de rechtbank is het door eiseres omschreven belang te algemeen en onvoldoende direct verweven met het algemene belang van monumentenzorg. Deze beroepsgrond slaagt niet.
8.3.
Ten aanzien van het NNB overweegt de rechtbank dat het college de betrokken belangen zorgvuldig in zijn besluitvorming heeft afgewogen. Daarbij heeft het college in aanmerking genomen dat de bouwlocatie van de telecommunicatiemast is gelegen naast het NNB en niet daarbinnen. Niet is gebleken dat het college de gevolgen voor het NNB onjuist heeft beoordeeld of dat de gemaakte belangenafweging onjuist is. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Alternatieve locatie
9. Eiseres stelt dat er betere alternatieve locaties zijn voor de telecommunicatiemast. De gekozen locatie ligt niet binnen het zoekgebied van KPN en er is dan ook geen reden om specifiek voor deze locatie te kiezen. Volgens eiseres heeft het college alternatieve locaties, zoals het bedrijventerrein en het sportterrein, niet serieus overwogen. Het bedrijventerrein ligt op 450 meter en het sportterrein op 180 meter van de dichtstbijzijnde woningen, terwijl de gekozen locatie slechts op 150 meter afstand van een woonwijk ligt. Ook uit de beleidsnota volgt volgens eiseres dat de telecommunicatie op een andere locatie gerealiseerd had moeten worden. Het college heeft volgens haar deze beleidsnota niet goed toegepast.
9.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) moet het bestuursorgaan beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals deze is ingediend. Indien het bouwplan op zichzelf voor het college aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan reden geven om medewerking te weigeren, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van een alternatief een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. [2]
9.2.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er alternatieve locaties beschikbaar zijn die minder bezwaarlijk zijn. Het college heeft daarentegen voldoende gemotiveerd dat het bedrijventerrein niet een gelijkwaardige alternatieve locatie is, omdat gelet op de afstand met het bewoond gebied de mobiele dekking te veel zal afnemen. Het college heeft daarbij toegelicht dat het ook wenselijker is om antennemasten te clusteren. Bovendien zijn de gronden van het bedrijventerrein niet in eigendom van de gemeente of vergunninghoudster. Verder heeft het college ook voldoende gemotiveerd dat het sportterrein evenmin een is gelijkwaardige locatie is, omdat het op minder dan 100 meter van een woningen is gesitueerd en er te weinig ruimte is voor de telecommunicatiemast. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Welstand
10. Eiseres stelt dat het bouwplan voor de telecommunicatie door een welstandscommissie had moeten worden beoordeeld. Zij betoogt dat de zendmast zo goed mogelijk in de omgeving moet zijn ingepast om verstoring te beperken en opvallen te voorkomen. Volgens eiseres heeft geen zorgvuldig onderzoek plaatsgevonden en is de inpassing slechts op een schematische tekening van bomen en zichtlijnen gemaakt.
10.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het bouwplan terecht niet getoetst aan de redelijke eisen van welstand, nu de bouwlocatie van de telecommunicatiemast is gelegen in een welstandsvrij gebied. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.S. van Bree, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier, op 3 maart 2026 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De rechter is niet in staat deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Artikel 2.1, eerste lid (voor zover relevant):
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
het bouwen van een bouwwerk,
[…]
het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan […],
[…].
Artikel 2.12, lid 1 (voor zover relevant):
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:
a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan:
met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking,
in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of
in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat;
[…].
Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor)
Artikel 1, eerste lid:
1. In deze bijlage wordt verstaan onder:
bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
[…].
Artikel 4, aanhef en vijfde lid (voor zover relevant):
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:
5. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m.
[…].

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 29 juni 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2364.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1364.