ECLI:NL:RBZWB:2026:1368
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroepen wegens inhoudelijke behandeling door college
Verzoekster heeft vier beroepen ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Breda, waarin haar bezwaren niet-ontvankelijk waren verklaard. Na het indienen van de beroepen heeft het college besloten deze alsnog inhoudelijk te behandelen, waarop verzoekster haar beroepen heeft ingetrokken.
De rechtbank beoordeelt de verzoeken van verzoekster om proceskostenveroordeling van het college. Op grond van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht kan een bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten wanneer het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan de indiener van het beroepschrift en het beroep wordt ingetrokken.
De rechtbank oordeelt dat het college aan verzoekster is tegemoetgekomen door de bezwaren alsnog inhoudelijk te behandelen. Daarom wijst de rechtbank de verzoeken om proceskostenveroordeling toe en legt het college een vergoeding van €700,50 aan proceskosten en €53,00 griffierecht op. De vergoeding is berekend op basis van anderhalve zaak vanwege samenhang tussen de vier beroepen en een factor 0,5 wegens licht gewicht van de zaak.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €700,50 aan proceskosten en €53,00 griffierecht aan verzoekster.